Ledel in de Slag bij Kapitale Dam

In 1830 brak in de toen nog verenigde Nederlanden een revolutie uit. België maakte zich los van Nederland. Dat gaf meteen grote spanningen in het grensgebied met Nederland. Opstandelingen uit België vielen Zeeuws-Vlaanderen binnen. De Hagenaar Joseph Ledel voerde als commandant de Nederlandse troepen aan. In de Slag bij Kapitale Dam, dat vlakbij Biervliet ligt, wist hij in 1831 de Belgen terug te dringen.

Belgische Opstand

De Franse keizer Napoleon was in 1815 in de Slag bij Waterloo verslagen. Daarna hadden de Europese grootmachten Europa opnieuw staatkundig ingedeeld. De Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden waren weer bij elkaar gevoegd. Liberalen en katholieken in de Zuidelijke Nederlanden hadden ieder hun eigen redenen om hierover ontevreden te zijn. In Brussel kwam het eind augustus 1830 tot een opstand tegen het noorden. Op 4 oktober riep het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van België uit.

De opstandelingen vonden dat Zeeuws-Vlaanderen ook bij België hoorde. In Zeeuws-Vlaanderen waren de meningen daarover verdeeld. Een groot deel van de bevolking was Nederlandsgezind. Dat waren vooral de protestanten in het westen en midden. De katholieken in het oosten en in de grensstreek voelden wel voor toetreding tot België. De commissaris des konings, Ewoud van Vredenburch, was bereid Zeeuws-Vlaanderen op te geven. Hij wilde alleen Walcheren, Zuid-Beveland en de Zeeuwse wateren verdedigen. Dat was tegen het zere been van de protestantse Zeeuws-Vlamingen.

Nederlandse soldaten veroveren Kapitale Dam op de Belgische opstandelingen. Steendruk. (Zeeuws Archief, collectie KZGW, Zelandia Illustrata)Nederlandse soldaten veroveren Kapitale Dam op de Belgische opstandelingen. Steendruk. (Zeeuws Archief, collectie KZGW, Zelandia Illustrata)

Onrust

De onrust in de aangrenzende delen van Vlaanderen nam toe. Een week na de Belgische onafhankelijkheidsverklaring kreeg luitenant-kolonel Joseph Ledel opdracht om zich naar Oostburg te begeven. Hij moest onderzoeken hoe West-Zeeuws-Vlaanderen militair beveiligd kon worden. Ledel werd bevelhebber van de troepen in Zeeuws-Vlaanderen. Hij wilde militair geweld zoveel mogelijk voorkomen. Daarom dreigde hij met het onder water zetten van polders. Er waren op dat moment veel te weinig Nederlandse soldaten in het gebied aanwezig om tegenstand te kunnen bieden. Ledel wendde zich rechtstreeks tot de koning om meer manschappen te krijgen. Die kwamen er.

Opstandelingen rukken op

Op 17 oktober 1830 vielen Belgische opstandelingen Zeeuws-Vlaanderen binnen. De Belgen trokken van dorp naar dorp. Ze eisten geld, paarden en vuurwapens. Ze vertrokken pas nadat het dorps- of stadsbestuur zijn steun had betuigd aan de Belgische revolutie en de Belgische vlag van de kerktoren wapperde. Onder leiding van de Franse legeraanvoerder Ernest Grégoire trokken Belgische troepen in de middag van 30 oktober via Aardenburg op richting Oostburg. Bij Draaibrug stuitten zij op het Nederlandse garnizoen. Andere Belgische troepen, onder bevel van Pontécoulant, liepen in Sluis het 75 man tellende Nederlandse garnizoen ondersteboven. Ook zij trokken nu op naar Oostburg. Ledel had zich voorbereid op de veldslag en stelling genomen nabij Oostburg. Hij wist de Belgische opstandelingen af te weren. West- en Midden-Zeeuws-Vlaanderen waren spoedig weer in Nederlandse handen.

Kapitale Dam

Koning Willem I kon zich niet neerleggen bij het verlies van het zuidelijk deel van zijn koninkrijk. Op 1 augustus 1831 begon hij een tegenoffensief: de Tiendaagse Veldtocht. Ledel hoorde van de plannen van de koning op de hofstede Stampershoek in Oostburg, waar hij verbleef. Hij vertrok onmiddellijk naar IJzendijke om met zijn officieren te overleggen. Ze besloten tot een aanval op de Kapitale Dam onder Biervliet. Van deze dam met spuisluizen waren de Clarapoldersluis en het zogeheten Witte Huis nog in bezit van de Belgische troepen. De Belgen werden overrompeld en moesten halsoverkop vertrekken. Nadat ook de Hazegrassluizen aan het Zwin in handen van de Nederlandse troepen waren gevallen, was het mogelijk geworden om Ledels strategie uit te voeren. Dat wil zeggen dat de Nederlanders grote delen van Zeeuws-Vlaanderen en de Belgische provincies West- en Oost-Vlaanderen onder water zouden kunnen zetten.

Belgische staat

Willem I hield vast aan de inzet van een groot leger om de Belgische opstand te onderdrukken. De Europese grootmachten erkenden de Belgische staat wel. De voorwaarden voor de scheiding van België en Nederland waren onderwerp van onderhandelingen op een internationale conferentie in Londen. Die duurde – met tussenpozen – negen jaar. België wilde Zeeuws-Vlaanderen er graag bij hebben om aanspraak te kunnen maken op de Schelde. Maar dat wees de Londense conferentie van de hand. Pas in 1839 erkende Nederland de Belgische staat. En Zeeuws-Vlaanderen bleef bij Zeeland en Nederland horen.

Joseph Ledel kreeg een sober graf op de begraafplaats in Oostburg. (Foto Maurice Kindt)Joseph Ledel kreeg een sober graf op de begraafplaats in Oostburg. (Foto Maurice Kindt)

De naam van Ledel leeft voort

Ledel maakte dit allemaal niet meer mee. Hij was in het buitenland meerdere keren krijgsgevangene geweest. Dat had zijn gezondheid erg verzwakt. Hij overleed op 17 juni 1835 in Oostburg. Hij rust in een sober graf op de begraafplaats aldaar. Zijn naam leeft in Oostburg voort in het Ledelplein en Ledeltheater.

Literatuur
Bert van Gelder, Eerherstel voor commandant Joseph Ledel; West-Zeeuws-Vlaanderen ten tijde van de Tiendaagse Veldtocht in augustus 1831, in: Zeeland, tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 16 (2007) 3, 78-87.
A. Smits, Oost-Zeeuws-Vlaanderen in 1830, in: A.M.J. de Kraker, H. van Royen, M.E.E. De Smet (red.), ‘Over den Vier Ambachten’. 750 jaar Keure, 500 jaar Graaf Jansdijk, Kloosterzande 1993, 819-836.
A. Smits, A., 1830 – scheuring in de Nederlanden – problemen in Zeeuws-Vlaanderen, in: Bijdragen tot de geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen 32, [Aardenburg] 2004, 289-304.