Frits Lensvelt en Zeeland

door Ard Hesselink

Frederik Willem Hendrik Lensvelt (1886-1945) was een veelzijdig ontwerper die eerst naam maakte als decorontwerper en scenograaf en zich later vooral richtte op interieurontwerp, meubeldesign en lichtarchitectuur. Daarnaast maakte hij zijn hele leven grafisch werk: boek- en illustratieontwerpen, affiches, et cetera. Zijn echtgenote Nell Bronger (1878-1935) was een veelgeroemd toneelkostuumontwerpster met wie hij nauw samenwerkte.

Frits Lensvelt (fotograaf onbekend, particuliere collectie).

Het Dijkhuis: liefde op het eerste gezicht

Frits en Zeeland… Dat is in de eerste plaats Frits en het Dijkhuis; het zeventiende-eeuwse huis dat oorspronkelijk Leverhuijs heette en twee eeuwen diende als onderkomen van de Landwacht, de militie van de Polder Walcheren. In tijden van gevaar (zeker tijdens de Tachtigjarige Oorlog) werd er op de dijken gepatrouilleerd door deze militie. In de negentiende eeuw werd het de dienstwoning voor de commiezen van de Oostwatering, verantwoordelijk voor het onderhoud van de zeedijken.

Frits en Nell zagen het in 1917 te koop staan en kochten het in 1918. Vooral hij was gelijk stapelverliefd. Het lag op een eenzame plek, op twintig minuten lopen van Veere, in een adembenemende omgeving van polder, dijk, zee en licht. In de luwte van een oude nol, overgebleven na een dijkdoorbraak in de zestiende eeuw, was een klein privéstrandje ontstaan. Daar bouwde hij voor zijn kinderen een schommel die bij vloed in het water stond. Hoewel ze het Dijkhuis in eerste instantie kochten als vakantiehuis, woonden ze er na hun afscheid van het Amsterdamse toneel in 1921 al snel permanent.

In de door hem aangelegde tuin bouwde hij in de jaren twintig een atelier dat uitkeek op het iconische silhouet van Veere. Veel van zijn werk ontstond daar: in de rust en stilte kon hij zich concentreren en zich volledig richten op de perfectie die hij in zijn werk nastreefde.

Pentekening vanuit vogelperspectief, Frits Lensvelt, 1933.

Vriendschap

Hij leefde er tussen en met de boerengezinnen in de omgeving: zijn beste vriend onder hen was Jas Volkers uit de Kattenpolder maar ook met de Brassers en Volmers aan de Landschuurweg en de Joosses aan de Kraaiennestweg onderhield hij nauwe contacten. Ook zijn kinderen Puck (1916) en Boed (Frits Jr. 1922) maakten er vriendschappen die hun hele leven zouden standhouden.

In Veere vond hij een kunstenaarsgemeenschap. Vooral bij Jan Heyse, Willem Vaarzon Morel (‘Père’), Johannes ten Klooster en later Dirk van Gelder vond hij aansluiting.

Ook verderop, in Middelburg, Vlissingen, Goes en Kapelle, maakte hij al snel vrienden. Niet onbelangrijk daarbij was de cursus kunstgeschiedenis die hij vanaf 1922 voor geïnteresseerden gaf. Het leidde waarschijnlijk tot zijn langjarige vriendschappen met bijvoorbeeld Aad van der Have en zijn vrouw Gonne van der Have-Lucieer van de gelijknamige boomkwekerij in Kapelle, de Vlissingse huisarts Jan Wolters, hoofdingenieur van De Schelde Henk van Tijen en de Goese advocaat Jan Franssen van de Putte.

Bekendheid en engagement

In de loop der jaren gaf Frits ook andere lezingen in Middelburg en hield op die manier ‘zijn publiek’ op de hoogte van waar hij op dat moment elders mee bezig was: in 1922 bijvoorbeeld een lezing over ‘de nieuwe kunst van het theater’, in 1933 over ‘moderne verlichting’ en nog in 1941 over ‘het Costuum der Antieken’ (een vakgebied waarin hij toen les gaf op de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam).

Echt bekend in Zeeland werd Frits in 1924 toen hij op de Middelburgse markt het grote openluchtspel ‘Middelburgs Overgang’ ensceneerde en regisseerde. Een lofdicht uit de Middelburgsche Courant van 23 augustus 1924 herinnert eraan…

Lofdicht uit Middelburgsche Courant, 23 augustus 1924.

Het jaar erop zette hij zich aan het maken van een boek erover, waarin hij onder andere de teksten van het spel, geschreven door de dichter P.C. Boutens, kalligrafeerde. Het door Den Boer in Middelburg uitgegeven boek zou uitgroeien tot het ‘chef d’oeuvre’ van zijn grafisch werk.

De vendelzwaaiers, uit: Middelburgs Overgang, Frits Lensvelt, uitgave Den Boer, Middelburg, 1926.

Vanaf 1928 nam hij zitting in het bestuur van het Middelburgse Kunstmuseum, een eerbiedwaardig maar armlastig instituut (en voorloper van het huidige Zeeuws Museum) dat tentoonstellingen organiseerde in een gebouwtje in het Schuttershof en een kleine eigen schilderijencollectie beheerde. Hij zou er tot zijn dood deel van uit blijven maken. Secretaris van het bestuur was Marie Evers-Keg, schilder en echtgenote van de Middelburgse advocaat Fokko Evers. Beide hoorden tot zijn beste Zeeuwse vrienden.

Later trad ook de schilder Reimond Kimpe toe tot het bestuur en met hem regelde Frits onderhoud, verbouwinkjes en inrichting van de tentoonstellingszaal. Ook in het aankoopbeleid speelde Frits een rol. Zo zorgde hij er in 1938 (toen hij al lang weer in Amsterdam woonde) voor dat er een werk werd aangekocht van zijn Veerse vriend Johannes ten Klooster.

Latere jaren

Vanaf 1933 woonde Frits zoals gezegd weer in Amsterdam; zijn vrouw Nell wilde graag ook weer zelfstandig aan het werk maar overleed helaas al twee jaar later. Het Dijkhuis werd toen gedurende de zomervakanties vaak verhuurd aan welgestelde families. Maar zelf ging Frits er elk vrij momentje ook graag heen en nog steeds werkte hij het prettigst in zijn atelier. De kinderen waren nu groter en konden langere tijd het Amsterdamse huishouden alleen bestieren zodat Frits voor grotere ontwerpklussen soms weken achtereen in het Dijkhuis verbleef.

In november 1939 verhuurde hij het voor zes maanden aan de schilder Claire Bonebakker, die na een mislukt society huwelijk in Parijs behoefte had aan natuur, stilte en concentratie op haar werk. De oorlog die in mei 1940 uitbrak, zorgde er waarschijnlijk voor dat ze er veel langer bleef. Ook toen Frits in 1941 Amsterdam verliet en naar Walcheren terugkwam. Ze bewoonden het huis toen ieder voor de helft.

Het strandje, aquarel door Claire Bonebakker, circa 1940 (collectie A. Hortensius).

Helaas, het duurde niet lang, want in het voorjaar van 1942 werd het Dijkhuis onteigend om er een verdedigingsstelling te vestigen van de Duitse Wehrmacht. Frits wist met behulp van Flip ten Klooster, de zoon van de inmiddels overleden Johannes, in Veere te blijven wonen. Ook toen de meeste kunstenaars dat jaar de provincie moesten verlaten kon Frits blijven. Hij werkte aan het ontwerp voor een nieuw gemeentehuis in Kapelle en dat bood hem de vrijstelling van evacuatie.

Verwoesting

Ook deze situatie was echter geen lang leven beschoren. Zomer 1944 werd hij alsnog door de Duitsers de provincie uitgegooid. Terwijl hij met zijn tweede vrouw Annie van Rijn op een evacuatieadres in de Bommelerwaard verbleef, braken de Duitsers het Dijkhuis en atelier af om er het Stützpunkt Fischhausen van de Atlantikwall te versterken.

‘De Nol, juni 1945’, Frits Lensvelt (Drents Museum, Lensvelt collectie).

Dat najaar werden de zeedijken van Walcheren door de R.A.F. gebombardeerd om het eiland onder water te zetten. Ook de plek van het Dijkhuis werd weggevaagd. Toen Frits direct na de bevrijding niets vermoedend op Walcheren terugkeerde, realiseerde hij zich dat zijn geliefde huis voorgoed in het water verdwenen was. Gedurende een aantal weken tekende hij de verwoesting die de inundatie in de voormalige ‘Tuin van Zeeland’ gebracht had. Voor zichzelf zorgde hij niet goed; hij liep een longontsteking op en stierf op 23 juli 1945 in het Middelburgse ziekenhuis. Zijn graf is tot op de dag van vandaag te vinden op de oude begraafplaats van Vrouwenpolder aan de Noorddijk.

In memoriam, na de dood van Frits Lensvelt verschenen in de Provinciale Zeeuwsche Courant.

Bovenstaande informatie is afkomstig uit het in juni 2021 te verschijnen boek Tussen Dam en Dijk, de levens van Nell Bronger en Frits Lensvelt. Daarin is over dit alles en over de werkzaamheden van het echtpaar nog veel meer te lezen/te zien. Meer informatie is te verkrijgen door een email te sturen aan tussendamendijk@docmans.nl.