Floris ende Blancefloer in de Vier Ambachten

In het gebied van de Vier Ambachten, waartoe een deel van het huidige Zeeuws-Vlaanderen behoorde, maakte men midden dertiende eeuw als een van de eersten kennis met een liefdesverhaal dat tot op de dag van vandaag als een hoogtepunt in de middeleeuwse literatuurgeschiedenis wordt gezien: Floris ende Blancefloer. Diederic van Assenede dichtte het 3.976 verzen tellend gedicht, dat een vertaling in de volkstaal was van een Frans dichtwerk. Daarmee is de Vier Ambachten de geboorteplaats van de vroegste Nederlandstalige literatuur.

Floris ende Blancefloer.

Eeuwenoud liefdesverhaal

Ergens tussen de jaren 1150 en 1160 dichtte Robert d’Orbigny, woonachtig in de omgeving van het Franse Tours, een hoofs liefdesverhaal: Floire et Blancheflor (‘Rode roos en witte bloem’). In 3.348 verzen wordt het verhaal verteld van een verboden liefde tussen een christenmeisje en een moslimjongen. Het meisje (Blanchefleur – witte lelie) is de dochter van een christenvrouw die als slaaf gevangen is genomen door de moslimkoning die over Spanje regeert. De jongen (Floris – rode roos) is de kroonprins van dit land. Floris en Blanchefleur worden op dezelfde dag geboren en groeien samen op aan het Spaanse hof. De ouders van de jongen, de koning en koningin van Spanje, zijn zeer gekant tegen de liefde die de jonge mensen voor elkaar voelen. Blanchefleur wordt daarom als slavin verkocht en komt in Babylon in de harem van een emir terecht. Floris wordt verteld dat zijn geliefde is gestorven. Door verdriet overmand wil hij zelfmoord plegen; om dit te voorkomen vertelt zijn moeder hem de waarheid. Daarop gaat hij op zoek naar zijn geliefde. De twee moeten nog grote moeilijkheden overwinnen alvorens zij aan het eind van het verhaal toch met elkaar kunnen trouwen. Ze keren terug naar Spanje, waar ze op de troon komen en Floris laat zich met zijn onderdanen dopen.

Het verhaal van Robert d’Orbigny werd in vele talen vertaald en raakte zo over heel Europa verspreid. Het figureert in de middeleeuwse literatuurgeschiedenis naast liefdesverhalen als Lancelot en Tristan en Isolde. Ze werden geschreven in een periode (circa 1050-1250) waarin cultuur, kunst en literatuur in Europa een grote bloei doormaakten. Terwijl lange tijd heldendaden waren bezongen die gepaard gingen met veel krijgsgeweld, ontstond nu een literair genre rond de alles overwinnende, wederzijdse liefde. Niet het zwaard maar verstand en gevoel stonden daarin centraal. Robert d’Orbigny stelde zich met zijn Floire et Blancheflor aan het begin van deze nieuwe traditie.

Illustratie uit een Duits handschrift van de Floris-tekst, overgeleverd door de Duitse schrijver Konrad Fleck (1846).

Illustratie uit een Duits handschrift van de Floris-tekst, overgeleverd door de Duitse schrijver Konrad Fleck (1846).

Diederic van Assenede

Het Franse gedicht werd in het midden van de dertiende eeuw in het Vlaams-Nederlands (‘Diets’) vertaald door een grafelijk belastingontvanger uit Assenede: Diederic van Assenede. Tegenwoordig is Assenede een gemeente in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. In de late middeleeuwen maakte de plaats deel uit van de Vier Ambachten, een bestuurlijk-rechterlijke organisatie in het graafschap Vlaanderen, waartoe ook delen van het huidige Zeeland behoorden. Naast zijn werk als grafelijk ambtenaar baatte Diederic vermoedelijk ook een moergebied bij Zelzate uit, waar turf (als brandstof) en darink (ten behoeve van de zoutproductie) werden gewonnen.

Kaart van de Vier Ambachten door K.J.J. Brand, 1990.

Kaart van de Vier Ambachten door K.J.J. Brand, 1990.

Net als de oorspronkelijke Franse schrijver was Diederic een ‘clerc’, een geleerde. Hij was opgegroeid met de Vlaamse taal, had klassieke talen gestudeerd en sprak en schreef Latijn en Frans. Frans was de voertaal aan het grafelijk hof, waarvoor hij werkzaam was. Van het Franse gedicht van D’Orbigny maakte hij een vertaling in zijn moedertaal. Daarmee bracht hij het liefdesverhaal onder het bereik van velen in het Vlaamse taalgebied. Het behoort tot de vroegste Vlaamse literatuur, net als Van den Vos Reynaerde, geschreven door ene ‘Willem’ uit het Land van Waas, en het oeuvre van Jacob van Maerlant, die in Brugge woonde. Het is waarschijnlijk dat deze drie auteurs elkaar gekend hebben.

Borduursters werken in Assenede aan groot wandtapijt rond Floris en Blancefloer (foto erfgoedvereniging vzw Hallekin).

Borduursters werken in Assenede aan groot wandtapijt rond Floris en Blancefloer (foto erfgoedvereniging vzw Hallekin).

Wandtapijt

Het verhaal van Floris ende Blancefloer, dat zo’n 750 jaar geleden werd geschreven, is onderwerp van een groots borduurproject, dat is gestart op initiatief van de erfgoedvereniging vzw Hallekin uit de Oost-Vlaamse grensgemeente Assenede. Tientallen Vlaamse en Zeeuwse borduursters werken aan een wandtapijt van meer dan 100 meter lang en 90 cm hoog, waarop in taferelen het verhaal wordt verteld van Floris en Blancefloer. Het tapijt wordt geborduurd met gekleurde wol op Vlaams linnen. Linnenproductie heeft in dit gebied overigens een lange traditie. In de tijd van Diederic van Assenede stond het gebied al bekend om zijn vlasteelt en linnennijverheid. Het streven is om het tapijt in 2018 klaar te hebben.

Paneel van het Tapijt van Assenede (foto erfgoedvereniging vzw Hallekin).

Paneel van het Tapijt van Assenede (foto erfgoedvereniging vzw Hallekin).

Houtsculptuur Omer Gielliet

Floris en Blancefloer vormen ook het motief van de laatste grote houtsculptuur die de toen 91-jarige pastoor en beeldhouwer Omer Gielliet (1925-2017) uit Breskens maakte. In een eeuwenoud wortelgestel kapte hij in het hartvormige midden een gezicht (Floris). Vanuit het hart verheffen twee armen een liggende figuur (Blancefloer). De sculptuur staat voor de duur van het cultuurproject op de vijfhonderd jaar oude zeedijk van de Nicasiuspolder ten noorden van Assenede-dorp. Ook in Gielliets 3 meter hoge Vier Ambachten-vuist, die in de kerk van Assenede staat, zijn beeltenissen van Floris en Blancefloer uitgekapt.

Houtsculptuur Floris en Blancefloer door Omer Gielliet bij Assenede (foto erfgoedvereniging vzw Hallekin).

Houtsculptuur Floris en Blancefloer door Omer Gielliet bij Assenede (foto erfgoedvereniging vzw Hallekin).

Literatuur

Jozef Janssens e.a., Floris ende Blancefloer van Diederic van Assenede. Liefde in het Vlaanderen van de 13e eeuw, Leuven 2015.

Meer informatie over het wandtapijt op de website tapijtvanassenede.be.