De eerste houthakkers in Zeeland

door Hans Jongepier

Tijdens opgravingen in 1957 werden in de omgeving van Burgh op Schouwen sporen van enkele houten boerderijen ontdekt. Het hout was weliswaar vergaan, maar de ronde donkere verkleuringen in de lichtgekleurde bodem verraadden de vroegere aanwezigheid van palen. Ook kwamen vuurstenen werktuigen en aardewerkfragmenten uit de nieuwe Steentijd (4000-2000 voor Christus) aan het licht. Eén van de werktuigen bleek een geslepen vuurstenen bijltje te zijn.

Eerste boeren

Geslepen stenen bijlen zijn kenmerkend voor die periode. Ze zijn in gebruik geweest bij de eerste boerengemeenschappen. In de tijden daarvoor leefde de prehistorische mens nog als jager en verzamelaar van voedsel. Rond 4000 voor Christus maakte men in Zeeland de overstap naar het beoefenen van akkerbouw en veeteelt, waarbij je niet meer als nomaden door het landschap hoefde te trekken, maar vaste woonplaatsen verkreeg. Voor dat doel moesten bomen worden gehakt om open plaatsen in de bossen te creëren en boerderijen te bouwen, waarvoor geslepen bijlen uitstekend geschikt waren.

Het bijltje van Burgh. (Beeldbank SCEZ)Het bijltje van Burgh. (Beeldbank Erfgoed Zeeland)

Water en slijpstenen

De bijlen werden eerst ruw tot hun beoogde vorm voorbewerkt, waarna ze met water op slijpstenen glad werden gepolijst. Het voordeel hiervan was dat ze bij het gebruik minder snel braken en bovendien konden ze nauwkeurig worden afgewerkt, waardoor onder meer een scherpe snede ontstond.

Rituelen?

Het aantal in Zeeland aangetroffen exemplaren is op de vingers van twee handen te tellen: enkele zijn bij de monding van de huidige Oosterschelde gevonden, waar zich in de nieuwe Steentijd een gordel van duinen en strandwallen bevond. Ook zijn wat losse vondsten van de zandgronden in Zeeuws-Vlaanderen afkomstig. De lengte van de bijlen kan variëren van 5 tot wel 30 centimeter. De grootste en geheel gepolijste bijlen zijn misschien bij bepaalde rituelen gebruikt. Het bijltje van Burgh is 7,7 centimeter. lang, vrij dun en niet overal gepolijst, maar het heeft wel een vlijmscherpe rechte snede. Het diende waarschijnlijk voor wat fijnere houtbewerking.

Literatuur
J.R. Beuker, Vuurstenen werktuigen. Technologie op het scherp van de snede, Leiden 2010.