Anna van Borsele

Door Peter Blom

Anna van Borsele (ca. 1471 – gest. Zandenburg, bij Veere 8 december 1518), rijke erfdochter, vanaf 1486 vrouwe van Veere. Dochter van Wolfert VI van Borsele (ca. 1430-1486), heer van Veere, en Charlotte van Bourbon (na 1443-1478). Anna van Borsele trouwde (1) in 1485 met Filips van Bourgondië (voor 1464-1498), heer van Beveren; (2) in 1502 met Lodewijk van Montfoort (gest. 1505). Uit huwelijk (1) werden 2 zoons en 2 dochters geboren; (2) bleef kinderloos.

Anna van Borsele (ca. 1471 – 8 dec. 1518, vrouwe van Veere). (St. Behoud Veerse Stadhuisbeelden) Het beeld is in 1517-1518 vervaardigd door Michiel Ywijnsz en behoort tot de zeven beelden van Veere. Vier eeuwen lang sierden zij de gevel van het stadhuis in Veere. Voor verder verval behoed, zijn de beelden nu te bezichtigen in Museum Veere (De Schotse Huizen).

Anna van Borsele was de oudste dochter van Wolfert van Borsele en zijn tweede vrouw, Charlotte van Bourbon. Wolferts zoons – Karel uit zijn eerste huwelijk met de Schotse koningsdochter Maria Stuart, en Lodewijk uit zijn tweede – stierven op jonge leeftijd. Vier dochters uit Wolferts tweede huwelijk, onder wie Anna, bereikten wel de volwassen leeftijd. Vanwege het vooruitzicht op het omvangrijke bezit van haar vader werd zij, zoals zoveel erfdochters, inzet van adellijke huwelijkspolitiek. Haar vader sloot op 4 november 1481 een huwelijkscontract voor haar met Filips van Kleef, zoon van Adolf van Kleef, heer van Ravenstein. Hiermee zouden de Kleefs en de Borsseles samen de machtigste factie aan het Bourgondisch-Habsburgse hof gaan vormen. Maar zover kwam het niet, want Maximiliaan van Oostenrijk, sinds 1482 weduwnaar van Maria van Bourgondië, landsvrouwe der Nederlanden, wilde verdere machtstoename van de familie van Kleef voor komen. De aartshertog was verwikkeld in een strijd tegen Vlaamse opstandelingen, die hem niet wilden aanvaarden als regent voor zijn nog minderjarige zoon en opvolger Filips de Schone. De Kleefs speelden in dit verzet een belangrijke rol.

Anna huwde in 1485 met Filips van Bourgondië, heer van Beveren. Hij was de zoon van Anton van Bourgondië, bijgenaamd de Grote Bastaard omdat hij een bastaardzoon was van hertog Filips de Goede van Bourgondië. Maximiliaan heeft de hand gehad in dit huwelijk. Nadat hij het opstandige Veere onder controle had gekregen en zich er zelfs tot heer van Veere had laten huldigen, trouwde Filips van Bourgondië-Beveren er met Anna van Borssele. De aartshertog had alle belang bij dit huwelijk: het gaf hem de verzekering dat de omvangrijke erfenis van Wolfert van Borssele, met wie hij gebrouilleerd was, in handen zou komen van een zijtak van de hertogelijke familie.

Anna en Filips erfden al het bezit van Wolfert op Walcheren en Brouwershaven na diens overlijden op 29 april 1486. Op 19 mei werden Filips en Anna gehuldigd als heer en vrouwe van Veere. Zij verkeerden in de hoogste kringen. In 1496 maakten zij deel uit van het gevolg dat Johanna van Castilië na haar aankomst uit Spanje in Antwerpen vanuit deze stad naar Mechelen begeleidde. In 1500 ontving Anna het vorstelijk paar, dat inmiddels de latere Karel V had voortgebracht, op kasteel Zandenburg bij Veere. Anna en Filips hebben zich actief in gezet voor de economische ontwikkeling en verdediging van hun heerlijkheden, in het bijzonder van hun steden Veere en Vlissingen.

Midden: Anna van Borsele (ca. 1471 – 8 dec. 1518, vrouwe van Veere). Links: haar echtgenote Filips van Bourgondië-Beveren. Rechts: hun zoon Adolf van Bourgondië-Beveren. (St. Behoud Veerse Stadhuisbeelden) De beelden zijn in 1517-1518 vervaardigd door Michiel Ywijnsz en behoren tot de zeven beelden van Veere. Vier eeuwen lang sierden zij de gevel van het stadhuis in Veere. Voor verder verval behoed, zijn de beelden nu te bezichtigen in Museum Veere (De Schotse Huizen).

Op 4 juli 1498 werd Anna, intussen moeder van vier kinderen, weduwe. Zij hertrouwde in 1502 met de berooide edelman Lodewijk van Montfoort. Deze werd dus heer van Veere, maar moest mede namens Anna een overeenkomst sluiten met de voogden van haar oudste, nog minderjarige zoon, Adolf van Bourgondië, om diens belangen veilig te stellen: Adolf kreeg het eigendom en het vruchtgebruik van Vlissingen terwijl Lodewijk zich voor de duur van Anna’s leven behalve heer van Veere ook heer van Westkapelle, Domburg en Brouwershaven zou mogen noemen en de inkomsten ervan zou genieten. Adolf zou echter de eigenaar van de heerlijkheden blijven. Het was deze Lodewijk die in Veere de Montfoortse toren liet bouwen. Het jaar 1505 was voor Anna van Borssele een ‘annus horribilis’: haar tweede echtgenoot overleed en een deel van haar kasteel ging in vlammen op, waaronder vermoedelijk ook de rijke boekerij. Voor de tweede keer weduwe heeft zij tot haar dood in 1518 het bestuur over Veere en de overige heerlijkheden, met uitzondering van Vlissingen, gevoerd. Nog steeds had zij veel aanzien. Zo moet zij in 1515 Karel V ontvangen hebben toen deze Zeeland bezocht tijdens zijn inhuldigingstocht. Na het overlijden van Filips en ook na het verlies van haar tweede echtgenoot bleef Anna de economische belangen van haar bezittingen behartigen, zoals blijkt uit haar pogingen de Schotse stapel in Veere gevestigd te krijgen. Als vrouwe van Westkapelle sloot zij een verdrag met haar zoon Adolf als heer van Vlissingen over de handel tussen de inwoners van beide plaatsen. Toen Arnemuiden en Veere in het najaar van 1518 getroffen werden door de pest vluchtte Anna naar Domburg. Na haar terugkeer op Zandenburg werd ze ziek. Ze overleed op 8 december 1518.

Bekijk het beeld van Anna van Borsele in Museum Veere (De Schotse Huizen).