Zeelandbrug

Met een brug over de Oosterschelde van meer dan 5 kilometer lang leverden bruggenbouwers in 1965 een waar kunststukje af. De Zeelandbrug was een eigen initiatief van de Provincie en bedoeld als snelle verkeersverbinding tussen het midden van Zeeland en Rotterdam. Hij kwam in de plaats van de veerdienst Zierikzee – Kats.

Zeelandbrug. (Nationaal Park Oosterschelde, foto Wilco Jacobusse op wikimedia)Zeelandbrug. (Nationaal Park Oosterschelde, foto Wilco Jacobusse op wikimedia)

Eilanden

Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland waren de laatste Zeeuwse eilanden die een vaste oeververbinding kregen. De Provincie Zeeland had in 1912 de exploitatie van de veerdiensten over de Oosterschelde overgenomen. Tussen 1912 en 1923 voer vanuit Zierikzee nog een veer via Katse Veer, Kortgene en Wolphaartsdijk naar Middelburg. Vanaf 1923 voer het nog tot Kortgene en in 1941 werd het eindpunt Katse Veer. De reistijd bedroeg ruim een uur, de vaarafstand 16 kilometer. In Zierikzee legde de boot tot 1958 aan bij Het Luitje. Daarna bij De Val ten zuidoosten van Zierikzee. Na de aanleg van de Zandkreekdam tussen Noord- en Zuid-Beveland vertrok de boot vanaf 1961 vanuit de veerhaven van Kats. De vaarafstand was daarmee teruggebracht naar 7 kilometer.

Plannen

In het Deltaplan was voorzien in dammen die Noord-Beveland met Walcheren en Zuid-Beveland verbonden en Schouwen-Duiveland met Zuid-Holland. Ook was een dam door de Oosterschelde gepland. Die zou bij Wissenkerke uitkomen en in 1978 gereed zijn. Omdat de dammen tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland al in 1965 klaar zouden zijn, vreesde het provinciebestuur dat de bevolking van Schouwen-Duiveland zich in de tussentijd helemaal op Zuid-Holland zou gaan richten. Daarom maakte het geld vrij voor een ‘centrale weg’ tussen Midden-Zeeland en Rotterdam.

Die was bovendien hard nodig omdat de capaciteit van de veerdienst Zierikzee – Katse Veer te klein was geworden. Een brug zou op de lange termijn goedkoper zijn. De brug zou ook een verbinding tot stand brengen tussen de Randstad en de Belgische en Noord-Franse industriegebieden. De nieuwe industriegebieden bij Vlissingen (het Sloe) en Terneuzen zouden eveneens profiteren.

Technisch ontwerper van de brug was ir. J.G. Snip, hoofdingenieur-directeur van Provinciale Waterstaat. Hij maakte de plannen voor de brug, maar zag het eindresultaat nooit. Hij overleed in 1963. Provinciale Staten stemden in 1962 in met de bouw van een brug over de Oosterschelde. De NV Provinciale Zeeuwse Brug Maatschappij werd opgericht. Die zou de brug exploiteren. De Provincie was grootaandeelhouder. De lening die nodig was voor de bouw van de brug zou worden terugbetaald uit de opbrengsten van de tol. De brug zou uiteindelijk 77 miljoen gulden kosten.

Pijlers van de brug. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto C. Kotvis)Pijlers van de brug. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto C. Kotvis)

Beton

De Oosterscheldebrug moest binnen 3 jaar klaar zijn, ongeveer tegelijk met de Grevelingendam. Met een tekort aan geschoold personeel was een betonnen constructie voor zo’n korte bouwtijd de enige mogelijkheid. In totaal werkten een kleine 600 mensen aan de brug. Velen waren voormalige landarbeiders, die ijzervlechter of betonwerker werden.

Werkmannen bij de bouw van de brug in 1964. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto C. Kotvis)Werkmannen bij de bouw van de brug in 1964. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto C. Kotvis)

Rijksdaalder

In het brugwachtershuis drukte koningin Juliana op 15 december 1965 even voor half 4 op de knop, waarna de doorlaatbrug langzaam naar beneden ging. De wachtende schepen op het water lieten hun scheepshoorns klinken. De Oosterscheldebrug was geopend. Kort tevoren had de koningin bij een tolhuisje een rijksdaalder tol betaald.

Bouw van de Zeelandbrug in april 1964. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto C. Kotvis)Bouw van de Zeelandbrug in april 1964. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto C. Kotvis)

Modern

De brug, die twee jaar na de opening officieel Zeelandbrug ging heten, is 5022 meter lang. Hij telt 52 overspanningen en 54 pijlers. De eigenlijke brug is een koker van voorgespannen beton, die op het hoogste punt 17 meter boven NAP ligt. Elke pijler rust op drie holle betonnen palen, die 25 tot 50 meter lang zijn. De betonnen brugdelen werden gemaakt op een terrein bij de veerhaven van Kats.

De aanleg van de Zeelandbrug in 1964. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, fotoarchief PZC)De aanleg van de Zeelandbrug in 1964. (ZB, Beeldbank Zeeland, fotoarchief PZC)

Vanwege zijn moderne constructie en bouwwijze trok de brug de belangstelling van vele bruggenbouwers uit binnen- en buitenland. Tot 1972 was de Zeelandbrug de langste brug van Europa.

Tol

Het was de bedoeling om de brug in 1978 tolvrij te maken. Maar toen de beoogde Deltadam in dat jaar nog lang niet gerealiseerd was, ging dat niet door. De inkomsten uit de tol vielen bovendien lager uit dan gedacht. De tolkaartjes werden duurder en de brugmaatschappij moest lenen bij de Provincie.

Tol aan de Zeelandbrug in 1973. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto C. den Boer)Tol aan de Zeelandbrug in 1973. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto C. den Boer)

Ook toen de weg over de stormvloedkering in 1987 was geopend, handhaafde het provinciebestuur de tol voor de Zeelandbrug met de bedoeling daarvan een onderhoudsfonds te vullen. Ondertussen was het aantal auto’s dat per dag de brug passeerde gedaald van 7700 in 1970 tot onder de 6000 in 1987.

Onderhoud aan de Zeelandbrug. (foto Mechteld Jansen voor DNA Beeldbank via laatzeelandzien.nl)Onderhoud aan de Zeelandbrug. (foto Mechteld Jansen voor DNA Beeldbank via laatzeelandzien.nl)

De inwoners van Schouwen-Duiveland vonden de tolheffing slecht voor de economische ontwikkeling van hun eiland. De gemeentebesturen begonnen protestacties toen het provinciebestuur in 1989 aankondigde de tol pas in het jaar 2000 te zullen afschaffen. De acties hadden succes. In 1990 dwongen Provinciale Staten het provinciebestuur om de tol in 1993 af te schaffen. Het aantal passerende auto’s nam daarna weer toe.

Verdwenen veerdienst

Met de opening van de Zeelandbrug kwam er een einde aan de veerdienst tussen Zierikzee en Kats. Zeeland behield toen nog twee grote veerdiensten: Kruiningen-Perkpolder en Vlissingen-Breskens. Aan die diensten kwam in 2003 een einde toen de Westerscheldetunnel werd geopend.

Rijksmonument

Op 15 december 2015, precies 50 jaar na de opening, is de de Zeelandbrug een rijksmonument geworden. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemt de brug “een topper als het gaat om infrastructuur na de wederopbouw”.

Literatuur
40 jaar Zeelandbrug; verleden en heden verbonden, Middelburg 2005. Samenstelling: Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (Leo Adriaanse). Research en teksten: dr. Jan Zwemer.