Wanmolen

Door Katie Heyning

De wan- of windmolen kwam aan het begin van de achttiende eeuw op de Zeeuwse landbouwbedrijven in gebruik om gedorst graan van kaf, stof en lege aren te zuiveren. Hiermee kon sneller en beter resultaat geboekt worden dan met de traditionele wannen – brede ondiepe korven met opstaande randen – waarmee tot die tijd gewerkt werd.

Door het graan al lopend in een wan omhoog te gooien en weer op te vangen, probeerde men vóór deze uitvinding het lichtere kaf door de wind te laten wegblazen. De komst van de wanmolen maakte deze handeling overbodig en zorgde ook voor een betere opbrengst. Het graan kon nu in de schuur gezuiverd worden waarbij veel minder verlies optrad. Hoewel in de oudste typen alleen het kaf werd weggeblazen en nog onvolgroeide aren en onkruidzaad tussen het koren achterbleven, werd de machine in de loop der tijd sterk verbeterd, vooral door de toevoeging van twee of meer boven elkaar geplaatste zeven. Al naar gelang het te wannen materiaal (haver, rogge, tarwe) kon men de samenstelling hiervan wijzigen en naar behoefte fijnere of grovere zeven gebruiken.

Wanmolen, datering circa 1900, Fruitteeltmuseum Kapelle. (Ivo Wennekes) Afmeting: 166 x 143 x 92 cm; materiaal: grenenhout, iepenhout, hardhout, metaal, touw; herkomst: particuliere schenking, 1998; restauratie: Riaan Rijken, Koudekerke, 2007.

Voor het gebruik werd het graan boven in de schuin opgehangen schudbak gegoten. Door aan de zwengel te draaien, begon de bak horizontaal te schudden en kwam het graan via een doseerschuif op de onderliggende zeven terecht. Tegelijkertijd werd met behulp van een houten waaier een luchtstroom opgewekt, waardoor lichtere delen als kaf en stro werden weggeblazen en via de afvoergoten aan de zijkanten uit de machine werden verwijderd. Het graan dat door de zeven naar beneden viel, gleed uiteindelijk langs een derde afvoergoot, meestal de breedste, naar buiten en werd opgevangen in zakken of een traditionele wan. Het kaf werd verwerkt in veevoedsel of gebruikt als vulsel voor kussens en matrassen.

Twee meisjes en een wanmolen omstreeks 1910 op Zuid-Beveland. (Gemeentearchief Goes)

De wanmolen bleek een groot succes. Binnen enkele tientallen jaren behoorde de machine tot de standaarduitrusting op de Zeeuwse boerderijen. Pas met de uitvinding van de dorsmachine zou het van de boerenerven verdwijnen. Hoewel de wanmolen hiervoor niet was ontworpen, werd hij op de Bevelandse fruitteeltbedrijven tot ver in de twintigste eeuw gebruikt om meegeplukt blad bij groene kruisbessen te verwijderen. De wanmolen uit het Fruitteeltmuseum in Kapelle is hiervoor aangepast. In tegenstelling tot het gebruikelijke type heeft de molen geen zeven. Drie uitgangen, één aan de achterkant en twee aan de zijkanten, zorgden voor de afvoer van bes en blad. Door het aantal planken aan de achterzijde te variëren, kon men de gewenste luchtsnelheid instellen.

Wanmolen; Fruitteeltmuseum Kapelle; restauratie 2007: Riaan Rijken – Koudekerke.

Houtworm had in de loop der tijd veel schade aan deze wanmolen veroorzaakt. Ook bleken bij nadere inspectie meerdere onderdelen gebroken of verdwenen. Tijdens de restauratie werd de wanmolen zo goed mogelijk schoongemaakt. Verrotte gedeelten werden vervangen, losse onderdelen waar nodig vastgezet of vernieuwd. De schudbak, die door het telkens heen en weer bewegen het meest te lijden had, was in buitengewoon slechte staat en werd geheel gerestaureerd. Dankzij een tachtigjarige Kapellenaar, die in zijn jeugd nog met wanmolens gewerkt had en zich wist te herinneren hoe de schudbak vroeger werd bevestigd, kon het oude ophangsysteem weer in ere hersteld worden: de moderne touwtjes werden vervangen door de eertijds gebruikelijke dunne leren riempjes. De conditie van de wanmolen is inmiddels weer zodanig dat hij zonder bezwaar bij demonstraties gebruikt kan worden.

Literatuur
Katie Heyning, Zeeuws Behout: Behoud van houten voorwerpen in Zeeuwse musea, Steunfonds voor de Zeeuwse Musea, Middelburg 2007.

Bekijk meer wanmolens op de pagina Collecties.