Inlagen en karrenvelden

Zeeuwen kunnen heel verbeten zijn in hun strijd tegen het water. Biedt één dijk niet genoeg zekerheid? Dan leggen ze zo een reservedijk aan. Vooral rond de Oosterschelde (aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland en de noordkust van Noord-Beveland) zijn veel van deze inlaagdijken aangelegd.

Extra bescherming

Inlaagdijken dienden als een extra beveiliging tegen het water en werden achter een bestaande dijk aangelegd als men bijvoorbeeld vreesde voor een dijkval (een plotselinge instorting van een deel van een dijk). Het gebied tussen de buitendijk en de binnendijk wordt inlaag genoemd. Vaak werd de grond voor de ophoging van de dijken ook uit die inlaag verkregen. De klei voor de dijken werd in stroken verwijderd en daardoor ontstonden langgerekte plassen en greppels en daar tussen in dammetjes. Omdat de afgegraven klei met karren werd weggehaald, worden deze gebieden karrenvelden genoemd.

Inlagen en karrenvelden typeren het landschap aan de Schouwse zuidkust (foto Eddy Westveer, beeldbank.zeeland.nl).

Inlagen en karrenvelden typeren het landschap aan de Schouwse zuidkust (foto Eddy Westveer, beeldbank.zeeland.nl).

Noordkust Noord-Beveland

Als gevolg van hevige stormvloeden in 1530 en 1532 werd Noord-Beveland bijna van de kaart gevaagd. Logisch dus dat men hier toen het eiland eindelijk weer ingepolderd was, de strijd tegen het water erg serieus nam. En een strijd was het. Aan de noordkust behoorden dijkvallen haast tot de orde van de dag. Tussen 1800 en 1960 zijn er ruim 240 geteld. De voortdurende strijd, het verlies en de aanwas van nieuw land plus de aanleg van telkens weer nieuwe inlagen zorgden ervoor dat hier uiteindelijk een behoorlijk grillige kust ontstond. Er loopt nu een fietspad buitendijks en alleen al aan hoe hoekig en bochtig deze route loopt, merk je tijdens het fietsen wat een aparte kuststrook dit is.

Jonge kupen

Er zijn hier meerdere inlagen, of kupen zoals ze op Noord-Beveland ook wel worden genoemd. Veel daarvan zijn eigendom van Stichting Het Zeeuwse Landschap, die het beheer ervan voor zijn rekening neemt. Dit is een perfect gebied om vogels te spotten. Er zitten veel weidevogels en in de meer waterrijke inlagen komen ook veel steltlopers overtijen. Wil je de inlagen van Noord-Beveland verkennen, dan is er een mooie fietsroute die je langs zo’n beetje alle inlagen voert en ook nog een groot deel van het buitendijkse fietstraject meepakt. Tip: onderweg is vogelkijkpunt Keihoogte een mooie tussenstop.

Inlagen Torenpolder / De Keihoogte.

Inlagen Torenpolder / De Keihoogte.

Inlaag de Keihoogte

Inlaag de Keihoogte is een van de inlagen aan de noordkust van Noord-Beveland. Hij ligt in een gebied vol historie (hier vlakbij lag ooit het dorp Vliete dat tijdens de vloeden van 1530 en 1532 verdronk) maar de inlaag zelf is vrij jong. Net als de iets oostelijker gelegen inlaag ’s-Gravenhoeck werd hij pas gevormd toen de Oosterscheldedijk in 1980 op Deltahoogte werd gebracht. Bij deze jonge inlagen zie je dan ook geen karrenvelden. Wel zijn er in inlaag Keihoogte lage duintjes, net als toen het getij hier nog vrij spel had.

Koudekerkse inlaag

Veel van de inlagen van Schouwen-Duiveland hebben de strijd tegen het water verloren. Aan de zuidkant van het eiland is er bijvoorbeeld een gigantisch grondgebied verloren gegaan. Maar ter hoogte van de Plompe Toren van Koudekerke vind je nog een flink inlagen- en karrenveldengebied. Bovenop de toren is een uitkijkpunt dat prachtig uitzicht biedt op dit natuur- en cultuurlandschap: de Koudekerkse inlaag. Het water is hier ook binnendijks ziltig; er groeit in de karrenvelden zelfs zeekraal. Vooral in het najaar kun je dat goed zien. Want net als de blaadjes aan de bomen wordt zeekraal dan rood en dat ziet er behoorlijk spectaculair uit, vooral onder een stevige herfstzon.