‘Graven’ naar een archeoloog

door Jan Kuipers

Archeologen kunnen zelf ook het object worden van oudheidkundig onderzoek. Frans Beekman, historisch-geograaf, publicist en docent, ontdekte in 2000 op het kerkhof van Burgh het graf van de bekende amateurarcheoloog J.A. Hubregtse (1878-1940). Deze onderwijzer-oudheidkundige verkende dertig jaar lang, tussen 1911 en 1940, onverdroten de duinen en stranden van de Kop van Schouwen en bracht een grote collectie aardewerk, munten en andere metaalvondsten bijeen. Het was bekend dat Hubregtse in Burgh begraven lag, maar waar?

Meester Hubregtse bij zijn achterdeur in Burgh, een foto uit de zomer van 1926.

Anoniem

Beekman kwam in actie toen in de pers berichten verschenen over mogelijke ruiming van graven in Burgh, omdat uitbreiding van de begraafplaats niet mogelijk was. Voor Beekman reden genoeg om eens te gaan zoeken naar het graf van Hubregtse. Het bleek, dat dit graf niet gedekt was door een steen of ander grafteken. Hubregtse lag ‘anoniem’ op het kerkhof. Niet verwonderlijk: de onderwijzer, sinds de jaren dertig op wachtgeld, leefde in zeer sobere omstandigheden. Zijn begrafenis vond plaats op 13 juli 1940. In zijn geval op een nogal bijzondere plek. Want de begraafplaats ligt op een deel van de Karolingische ringwalburg, waar hijzelf diverse fraaie benen voorwerpen uit de negende en tiende eeuw had gevonden. Het begraafboek vermeldde dat Hubregtse’s graf in rij 3 lag, nummer 5 van de heg. Erachter stond ‘afgekocht’ en dat wees erop dat de grafruimte maar voor een bepaalde tijd was verkregen.

De gedenksteen voor J.A. Hubregtse.

De wens wordt vervuld

Toen Beekman eenmaal de locatie van Hubregtse’s graf had vastgesteld, opperde hij in het tijdschrift Nehalennia dat er best een klein gedenkteken mocht komen ‘om de plaats te markeren voor deze eenzame speurder naar het verleden van zijn woongebied op de Kop van Schouwen.’ En die wens is een aantal jaren later ook vervuld: er kwam een bescheiden steen met reliëf in de tuin van museum ‘de Burghse Schoole’. Hoewel nog levende oud-leerlingen en andere bekenden van de onderzoeker regelmatig beweerden dat Hubregtse nooit enig grafmonument zou hebben gewild.