Een romaanse doopvont uit Nieuwerkerke

door Robert van Dierendonck
verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Voorjaar 2010 vond een akkerbouwer een stuk natuursteen van 70 kilo met gebeeldhouwd reliëf op een akker ten zuiden van de Nieuwerkerkse kreek bij Groede. Na melding door een amateurarcheoloog werd de vondst opgenomen in het Zeeuws Archeologisch Depot en verder onderzocht. Het bleek om een middeleeuwse doopvont te gaan.

Dieren

Het fragment van Doornikse kalksteen vertoont een rechte hoek en een deel van een cirkel; boven- en onderzijde zijn afgebroken. Aan weerszijden van de rechte hoek staan incomplete dieren afgebeeld: vermoedelijk leeuwen aan de ene zijde en honden aan de andere. Vorm en afbeeldingen duiden aan dat het vrijwel zeker een hoekfragment is van een vierkante Romaanse doopvont uit een kerk. De doopvont moet 1,12 meter in het vierkant zijn geweest, met een bekkendiameter van 82 centimeter. De voorstellingen dateren het fragment in de twaalfde eeuw.

Ouder dan kerkresten

Nu zijn in de directe omgeving van de vindplaats op de zuidoever van de kreek in 1995 de resten van de laatmiddeleeuwse bakstenen kerk van het in 1583 verdronken dorp Nieuwerkerke opgegraven. De gedocumenteerde resten van die kerk zijn van later datum dan de twaalfde eeuw. Maar uit schriftelijke bronnen weten we dat de kerk van Nieuwerkerke wel eind twaalfde eeuw is gesticht. De doopvont zal dus uit de tijd van de kerkstichting dateren en is mogelijk in de latere kerk in gebruik gebleven.

Leeuwenkop op de Romaanse doopvont van Nieuwerkerke.

Vlaanderen en Maasvallei

Voor Zeeland is dit een bijzondere vondst. Tot nu toe zijn maar enkele gebeeldhouwde decoratieve elementen uit die tijd bekend: een gestileerd mensenhoofd uit West-Souburg en een kopje van een mythisch wezen uit het klooster Emelisse op Noord-Beveland (beide niet afkomstig van doopvonten). In Vlaanderen en de Maasvallei zijn nog wel diverse fraaie en intacte Romaanse doopvonten overgebleven, zoals te Dendermonde, Zedelgem en Gentinnes. In vergelijking daarmee is de decoratie van de Romaanse Nieuwerkerkse doopvont eenvoudiger en vergelijkbaar met een exemplaar uit Soignies. Het fragment van Nieuwerkerke is te bezichtigen in de Grote Kerk in Groede.

Literatuur

Leo Adriaanse, Robert van Dierendonck en Jan Kuipers (red.), Verdronken dorpen in Zeeland 2 (special 12 bij Zeeuws Erfgoed, december 2005), Middelburg 2005.
Robert M. van Dierendonck,’Van Boterzande tot Wevelswaele. Archeologische gegevens van verdronken dorpen in West-Zeeuws-Vlaanderen’. Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 14 (2005) 2 (Themanummer: Mens water en landschap. De Sint-Elisabethsvloed van 1404), 96-106.
Robert M. van Dierendonck, Jan J.B. Kuipers, Hans Jongepier en Dicky de Koning-Kastelijn, m.m.v. Leida C.J. Goldschmitz-Wielinga en Henk Hendrikse, ‘Littekens van landverlies’. In: M. Hemminga (red.), Deltalandschap, natuur en landschap van Zuidwest-Nederland in historisch perspectief (Heinkenszand 2004), 111-145.
Jean-Claude Ghislain, ‘La cuve baptismale de Soignies et la sculpture tournaisienne’. In: Jacques Deveseleer, Jean-Claude Ghislain, Bénédicte Reynders en Jacques Vereecke, La cuve baptismale romane de la collégiale Saint-Vincent de Soignies. Son sauvetage et sa place dans la production tournaisienne du XIIe siècle (Les cahiers du chapitre 9, Soignies 2003), 12-22.
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik; verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen 2004).