Bascule

Door Katie Heyning

Wanneer wij onze koffers op Schiphol aan de balie op de band zetten en het gewicht van onze bagage binnen enkele seconden geregistreerd zien, zal niemand in discussie gaan over het feit dat dit in kilogrammen wordt aangegeven. Dit was vroeger anders.

Bascule, vroeg 20ste eeuw, Museum Stoomtrein Goes-Borsele. (foto Ivo Wennekes) Afmetingen: 60 x 77 x 73 cm; materiaal: eikenhout, ijzer; herkomst: particuliere schenking, 2005.

Eeuwenlang werd overal in Nederland gewogen. Voor kleinere objecten gebruikte men weegschalen die in de hand gehouden werden. Voor het wegen van goederen boven de vijf pond gebruikte men de grote balansen in de stadswaag, waar door de overheid op de procedure werd toegezien en gelijktijdig het te betalen accijns werd vastgesteld. Elke stad hanteerde daarbij zijn eigen maten en gewichten. De meest gebruikelijke gewichtseenheid was het pond. In de Walcherse steden en Zierikzee was een pond gelijk aan 469 gram, in Goes hield men echter 437 gram aan en in Tholen 461 gram. En zo was het met alles. Voor de klanten was dit een ondoorzichtig systeem. Goedkope aanbiedingen konden wel eens faliekant verkeerd uitpakken, steeds moest worden nagegaan welke maat of welk gewicht gehanteerd was. Het hiervoor noodzakelijke rekenwerk sloot vergissingen natuurlijk niet uit. Hoewel de Staten van Zeeland in 1642 een plakkaat uitvaardigden gericht op het gelijktrekken van de Zeeuwse inhouds- en lengtematen had dit weinig effect, men bleef gewoon vasthouden aan de eigen oude waarden.

Bascule, vroeg 20ste eeuw, Museum Stoomtrein Goes-Borsele. (foto Ivo Wennekes) Afmetingen: 60 x 77 x 73 cm; materiaal: eikenhout, ijzer; herkomst: particuliere schenking, 2005.

Pas aan het eind van de achttiende eeuw kwam hierin verandering. In Frankrijk werd in 1795 een nieuw stelsel ingevoerd dat gebaseerd was op vaste waarden voor de meter, de liter en de gram. Op een internationaal congres in Parijs in 1799 namen de heren J.H. van Swinden en H. Aeneae kennis van deze ontwikkeling. Bij thuiskomst boden zij de regering in Den Haag exemplaren van de standaard meter en de standaard kilogram aan. In Nederland was men hierin zeer geïnteresseerd. De wet die koning Lodewijk Napoleon in 1809 tekende waarbij invoering van het metrieke stelsel gelast werd, trad echter nooit in werking. Pas onder koning Willem I werd in 1820 het nieuwe systeem, dat wij nu nog gebruiken, geleidelijk ingevoerd. Het publiek had er grote moeite mee. In de praktijk wilden de winkeliers wel met de nieuwe meetmiddelen werken, maar als de klanten om de oude maten vroegen, konden zij natuurlijk niet weigeren. De invoering verliep dan ook traag.

Naamplaat van leverancier: Gebroeders Polak, Werktuigen Gereedschappen en Machines, Vlissingen. (Riaan Rijken) Op de hoek van de Nieuwendijk en de Zeilmarkt in Vlissingen hadden de gebroeders Polak van 1879 tot 1942 een handel in ijzerwaren en scheepsbenodigdheden.

De negentiende-eeuwse handelaren gebruikten voor het wegen verschillende instrumenten. In de eerste plaats de gewone balans, het oudste type dat wij kennen waarop twee weegschalen in evenwicht moeten komen. Veel gebruikt werd ook de unster, een weeginstrument met twee armen van ongelijke lengte dat al in de 1e eeuw voor Christus in gebruik was en waarbij de korte arm de last draagt en aan de lange arm een verschuifbaar gewicht zit. Voor grotere partijen gebruikte men de bascule, een type dat eveneens gebaseerd was op het principe van de hefboom. Deze manier van wegen werd in 1824 uitgevonden en had als voordeel dat men de last overal op de schaal kon plaatsen en het laadplatform niet kon schommelen.

Bascule, Stoomtrein Goes-Borsele. Restauratie 2007: Riaan Rijken – Koudekerke.

De hier getoonde bascule van de Stoomtrein Goes-Borsele (SGB) komt uit de groentewinkel van de heer Bosschaart in Middelburg. Doordat het instrument lange tijd buiten heeft gestaan, was het erg verroest. Ook bleek het houten onderstel zwaar door houtworm te zijn aangetast. Het toestel werd aan het begin van de twintigste eeuw geleverd door de gebroeders Polak, die op de hoek van de Nieuwendijk en de Zeilmarkt in Vlissingen van 1879 tot 1942 in ijzerwaren en scheepsbenodigdheden handelden. Een geïllustreerde prijscourant uit 1914 toont het enorme scala aan produkten dat bij hen besteld kon worden. Van hamers, passers en stofbrillen tot grote cirkelzaagmachines en draaibanken, zelfs de hele inventaris voor een smederij kon hier worden aangeschaft. Jammergenoeg staan de prijzen voor bascules niet in dit nummer genoteerd.

Literatuur
Katie Heyning, Zeeuws Behout: Behoud van houten voorwerpen in Zeeuwse musea, Steunfonds voor de Zeeuwse Musea, Middelburg 2007.

Bekijk meer bascules op de pagina Collecties.