Frans Naerebout

Frans Naerebout is een van de grootste zeehelden die Vlissingen ooit heeft voortgebracht. Hij was loods en geen kaper zoals de bekendere Michiel de Ruyter. Hij was iemand die mensenlevens redde. Op Boulevard de Ruyter in Vlissingen, waar je prachtig uitzicht hebt op de af- en aanvarende loodsboten staat een standbeeld van hem in actie, klaar om iemand een touw toe te werpen.

Van visser tot loods en mensenredder

Frans Naerebout was eenvoudige komaf. Hij begon zijn werkende leven in de branche waar zijn vader ook werkzaam in was: de visserij. Maar in de loop der jaren werkte hij zich op tot loods. En zo werd hij ook nationaal beroemd: door het redden van zeelieden op de Westerschelde.

Portret van Naerebout door J.P. Bourje, voor 1817 (MuZEEum, collectie KZGW).

Portret van Naerebout door J.P. Bourje, voor 1817 (MuZEEum, collectie KZGW).

Woestduin

Het was 27 juli 1779. De zwaar beladen Oost-Indiëvaarder Woestduin was bijna terug in thuishaven Middelburg na een lange tocht vanuit Batavia. Toen liepen ze op een zandbank in de Westerschelde. Het stormde hevig en het schip werd constant door hoge golven overspoeld. Het was die avond kermis in Vlissingen, maar zo’n schouwspel zag je niet vaak en de bevolking liep uit om naar het schip in nood te kijken. De bemanning leek reddeloos verloren. Toch waagde Frans Naerebout, samen met zijn broer Jacob en nog zeven anderen, het erop. Na een paar mislukte pogingen wisten ze met hun kleine schip 71 van de 129 bemanningsleden te redden. De volgende ochtend redde hij er nog eens 16 en zo kwam het totaal op 87 te staan. Van een van de passagiers die het niet overleefden, vind je nog een gedenkteken in Vlissingen. Daar staat een grafnaald voor D.O. Barwell in de Sint Jacobskerk. Ook van de lading bleef niet veel over, maar het Zeeuws Museum in Middelburg heeft nog keramieken vissen afkomstig van de Woestduin in zijn collectie.

De Woestduyn slaat aan stukken. Arend Fokke Willemsz. naar Engel Hoogerheyden, 1780.

De Woestduyn slaat aan stukken. Arend Fokke Willemsz. naar Engel Hoogerheyden, 1780.

Landelijk nieuws

De redding was direct landelijk nieuws en de broers werden overladen met beloningen en eerbewijzen. De VOC gaf ze 1.800 gulden. En daarna pakten ze hun leven weer op. Jacob bleef vissen en overleed een paar jaar later. Frans bleef werkzaam als loods. Het ging Vlissingen in de loop der jaren economisch minder voor de wind en doordat de koopvaardij bijna tot stilstand was gekomen, was er ook minder werk voor loodsen. Naerebout moest uiteindelijk rond zijn zestigste nog op zoek naar nieuw werk.

Nieuwe banen

Naerebout vond aanvullende inkomsten in de garnalenvisserij. En uiteindelijk kreeg hij werk aangeboden waarvoor hij moest vertrekken uit de stad waar hij groot was geworden. Hij werd haven- en sluismeester van de net ingedijkte Wilhelminapolder en later werd hij vuurtorenwachter in Goes.

Armoedig bestaan

Het was geen luxeleven. Zijn vrouw vond een onderkomen in Goes en Naerebout zelf woonde aan de zeedijk van de Oost-Bevelandpolder in een optrekje van zeilen en planken. Het duurde jaren voor hij een houten huisje met schoorsteen en pannendak kreeg. Toen kon zijn vrouw ook weer bij hem intrekken.

Eerherstel

Tegen het eind van zijn leven (in 1816) werd Naerebout, die per slot van rekening toch een van de grootste zeehelden was die Zeeland ooit gekend heeft, in ere hersteld. Er werd hem geld gegeven voor bewezen diensten en in 1817 werd hij benoemd tot Broeder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw. Daar zat een jaarlijkse vaste uitkering aan vast. Naerebout overleed in 1818 op zeventigjarige leeftijd.

Sporen van Naerebouts leven

De laatste woning van Naerebout is tijdens een dijkval (een plotselinge instorting van een stuk dijk) verdwenen. Belgische duikers hebben er aan het begin van deze eeuw waarschijnlijk resten van gevonden. Zo vonden ze dakpannengruis. Het is goed mogelijk dat dit de dakpannen zijn die de laatste levensjaren van Naerebout iets aangenamer hebben gemaakt. Bij het Goese Sas is in 2005 een gedenksteen ter ere van Naerebout onthuld.

Gedenksteen van Naerebout aan het Goese Sas (foto H.M.D. Dekker).

Gedenksteen van Naerebout aan het Goese Sas (foto H.M.D. Dekker).

De Naerebouts van nu

Er zijn dan weliswaar weinig tastbare sporen meer van Naerebout, maar er zijn nog wel veel mensen die zich even moedig als hem inzetten om levens te redden op zee. De Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij (KNRM) heeft meerdere stations in Zeeland: bij Cadzand, Breskens, Westkapelle, Veere en Neeltje Jans. Ze organiseren vaak open dagen met demonstraties en vaartochten. Wil je de loodsen van nu aan het werk zien? Dan moet je in Naerebouts thuisstad zijn. Vanaf de Vlissingse boulevards heb je perfect zicht op de loodsboten die naar grote zeeschepen varen. Vervolgens klimmen de loodsen via een laddertje aan boord, ook als het keihard waait. Ook dat zijn, goedbeschouwd, behoorlijke helden.