De Zeeuwse beiaard

Door Janno den Engelsman

De beiaardkunst is van oorsprong een muzikale traditie van de Lage Landen. Een beiaardier bespeelt het carillon, dat hoog in de toren hangt van een historisch gebouw bij een straat of plein waar mensen elkaar ontmoeten. Tijdens wekelijkse marktdagen en op feestdagen verzorgt de stadsbeiaardier een klokkenconcert. De beiaardmuziek vormt zo een klinkend deel van het historische stadsbeeld. De beiaardier geeft sfeer in de stad en zijn muziek bindt de bewoners en bezoekers. De beiaardcultuur is geplaatst op de nationale inventaris immaterieel cultureel erfgoed, die voortkomt uit de ondertekening door Nederland van de UNESCO Conventie inzake Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Op tal van plaatsen in Zeeland zijn carillons te beluisteren. Carillons die door beiaardiers worden bespeeld zijn te vinden in Middelburg, Vlissingen, Veere, Goes, Tholen, Sint-Maartensdijk, Zierikzee, Axel, Hulst en Sluis. Daarnaast klinken er in verschillende Zeeuwse plaatsen voorslagen. Deze worden automatisch tot klinken gebracht. Bijzonder is dat twee van die voorslagen tot de oudst klinkende ter wereld behoren, namelijk Zierikzee (Zuidhavenpoort) en Arnemuiden, met klokken uit het midden van de 16de eeuw.

Carillon in Vlissingen, omstreeks 1968. (Foto: A. van Wyngen, ZB, Beeldbank Zeeland)

Geschiedenis van de beiaard

De beiaard, ook wel carillon of klokkenspel genoemd, is rond 1500 in de Lage Landen ontstaan. Al aan het einde van de 14de eeuw waren Vlissingen en Middelburg de eerste steden in Zeeland waar de voorloper van het carillon een extra geluid toevoegde aan de kerk- en stadhuistorens, genaamd de voorslag. Klokjes in het uurwerk speelden voorafgaand aan het hele uur een kort melodietje om de uurslag aan te kondigen. Dit gebeurde door  een speeltrommel. Vanaf 1500 werd het ook mogelijk om het carillon handmatig te bespelen door middel van een stokkenklavier. Sindsdien bespeelt de beiaardier het stokkenklavier met ‘live’ muziek. Op de uren en kwartieren klinkt dagelijks het automatische klokkenspel, als onderdeel van de tijdsaanduiding.

Het beiaardklavier, met een manuaal of stokkenklavier en een pedaal of voetklavier. (Foto: Janno den Engelsman. Dit klavier staat in de Lange Jan in Middelburg)

De klokken voor het carillon werden gemaakt door gieterijen. In de 17de en 18de eeuw waren Amsterdam en Antwerpen belangrijke klokkengieterscentra. In Middelburg was tussen 1600 en 1679 de familie Burgerhuys werkzaam als ’s lands geschut en klokkengieter’. In de 18de en 19de eeuw was er een verminderde aandacht voor de beiaardcultuur, maar rond 1880 kwam er een aanzet tot heropleving mede dankzij de inzet van de Vlaamse beiaardier Jef Denijn.

In de Tweede Wereldoorlog werden veel klokken door de Duitsers uit de torens gehaald voor de oorlogsindustrie. De carillons van Tholen en Zierikzee en vele luidklokken uit verschillende torens ontkwamen niet aan de Duitse klokkenroof. Toen de genoemde beiaarden per schip over het IJsselmeer richting Duitsland vervoerd werden, liet men het schip zinken. Na de oorlog werd het schip gelicht en werden de carillons naar de gemeenten teruggezonden. Daarnaast gingen een aantal Zeeuwse carillons verloren door oorlogsgeweld. Tijdens de wederopbouw werden dan ook een aantal nieuwe carillons gemaakt en in de herstelde stadstorens geplaatst. Zo kregen Vlissingen, Middelburg, Hulst en Sluis nieuwe instrumenten.

Bespelen van het carillon

Het beiaardklavier bestaat uit een manuaal of stokkenklavier en een pedaal of voetklavier. Elke toets van het manuaal of het pedaal is via een metalen draad verbonden met een klepel. De beiaardier slaat met de pink van zijn losjes gebalde vuisten op de toetsen of, als hij twee toetsen tegelijk wil indrukken, met duim en vingers. Hierdoor raakt de klepel de binnenkant van de klok, waardoor die gaat klinken. De snelheid en de wijze waarop de toets wordt bewogen, bepaalt de dynamiek en de muzikaliteit. De beiaardier kan met twee handen en twee voeten de klokken tegelijkertijd tot klinken brengen.

Schematische voorstelling van de werking van een beiaard. (Privécollectie Janno den Engelsman)

Dankzij de automatische werking van de speeltrommel hoeft de beiaardier niet elk half uur of kwartier naar boven te klimmen. De positie van de metalen pinnen op de speeltrommel bepaalt de melodie, de pinnen bedienen een hamer op de klok, zodat de klok tot klinken komt. Enkele malen per jaar moet het arrangement vervangen worden door nieuwe muziek. De stadsbeiaardier is soms met twee of drie man meerdere dagen bezig in de toren om de metalen pinnen te versteken, zodat de nieuwe muziek kan klinken. Tegenwoordig kan de beiaardier de muziek voor de automatische tijdsaanduiding  ook programmeren met de computer.

Beiaardiers

Zonder beiaardiers, zowel gediplomeerden als amateurs, is er geen beiaardmuziek. Veel beiaardiers hebben een vakopleiding gevolgd aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort of de Koninklijke Beiaardschool in Mechelen. Bovengenoemde Zeeuwse carillons hebben elk een eigen stadsbeiaardier. Dankzij het verwerken van hedendaagse muziek in het repertoire van de stadsbeiaardier, blijft dit muzikale erfgoed ‘bij de tijd’.