De eerste MARVA

Verhalen Anne Hobbel

Francien de Zeeuw speelt een belangrijke rol in het Zeeuws-Vlaamse verzet. Ze is pas 22 jaar als ze zich in oktober 1944 dwars door de vuurlinie waagt om belangrijke informatie aan de Canadese bevrijders door te geven. Dit is haar laatste daad voor het verzet. Maar hier houdt haar avontuurlijke leven niet op. Haar heldhaftige daden blijven niet onopgemerkt en het is dan ook niet verrassend dat juist zij de eerste Marva wordt.

De Marine Vrouwen Afdeling

Na haar thuiskomst in Terneuzen op 20 oktober 1944 loopt Francien met haar ziel onder de arm. Ze heeft veel meegemaakt en vindt het lastig het ‘normale’ leven op te pakken. Gelukkig blijkt dit niet van lange duur. Op 27 oktober staat Hans Larive plots voor haar neus. Deze luitenant-ter-zee heeft als opdracht te onderzoeken of er onder de bevrijde Nederlandse vrouwen enthousiasme is voor een Marine Vrouwen Afdeling. Toevalligerwijs heeft hij gehoord van Franciens inzet bij het verzet. Diep onder de indruk besluit hij haar op te zoeken. De geschiedenis leert ons dat dit een gouden zet is. Francien is meteen enthousiast en samen met Larive voert ze propaganda om de Marine Vrouwen Afdeling op te richten. Dit is nodig, want koningin Wilhelmina is nog niet overtuigd van het idee. Al op 29 oktober heeft Francien genoeg enthousiastelingen verzameld: er wordt een verzoekschrift opgesteld om als ‘Hare Majesteits Strijdkrachten’ te mogen dienen, met daaronder de handtekeningen van twaalf Zeeuws-Vlaamse vrouwen. Op 31 oktober wordt dit ondertekend door koningin en is de oprichting van deze afdeling, die al snel wordt afgekort tot Marva, een feit.

Wervingsposter MARVA's (ca. 1946)

Wervingsposter MARVA’s (ca. 1946)

Engeland

Begin december 1944 vertrekt Francien naar Engeland. In Mill Hill, Noord-Londen, begint ze aan haar training bij de Women’s Royal Naval Service. Het leven in Engeland is erg anders. Van het eten tot de taal, Francien moet ontzettend wennen. Gelukkig heeft ze het Engels binnen de kortste keren onder de knie: al snel droomt ze in het Engels en gebruikt ze de Nederlandse taal alleen nog als ze brieven naar haar familie en vrienden schrijft, of als ze door de vaderlandse media benaderd wordt. En dat gebeurt vaak. Er is veel aandacht voor de eerste Marva. Ze wordt zelfs door koningin Wilhelmina uitgenodigd om op bezoek te komen. Op 14 december 1944 ontmoet ze haar in Londen, waar hare majesteit samen met de Nederlandse regering in ballingschap al sinds mei 1940 verblijft. Francien is erg koningsgezind en enorm onder de indruk van het bezoek aan de vorstin die vol lof is over haar werk in het verzet. De training en alle aandacht vergt veel van Francien. Soms is de aandacht zelfs een beetje te veel voor de nuchtere Zeeuwse. Toch maakt ze af en toe een uitzondering, bijvoorbeeld voor Radio Oranje, de clandestiene radiozender van de Nederlandse regering in ballingschap. Op 15 januari 1945 geeft ze hier een kort interview over hoe het is om de eerste Marva te zijn.

De eerste Marva’s in opleiding in Engeland

Eigengereid

Het strakke keurslijf waar ze als Marva aan dient te voldoen vindt Francien een uitdaging. Ze is immers gewend om haar eigen verstand te gebruiken en niet om blindelings commando’s op te volgen, zoals nu wel van haar verwacht wordt. Daarnaast heeft ze moeite met de ongelijkheid binnen de marine. Bij het verzet werd ze door de mannen als gelijke behandeld, binnen de marine is dat anders. De officiële slogan van de Marva’s luidt dan ook: “Maak een man vrij voor de vloot”. Als ze na tien maanden nog niet tot officier is benoemd terwijl vrouwen van adellijke afkomst, zonder enige vorm van training, direct bij toetreding tot officier worden benoemd, is de maat vol: Francien dient in september 1945 per brief haar ontslag in. Dit heeft het gewenste effect: ze wordt per direct van 3e klasse Marva tot officier benoemd én ze hoort dat ze wordt overgeplaatst naar Nederlands-Indië.

Nederlands-Indië

Nadat de Verenigde Staten Japan op haar grondvesten heeft doen schudden met zijn atoombommen, geeft Japan zich op 15 augustus over en is de Tweede Wereldoorlog officieel ten einde. Dit betekent ook het einde van de Japanse bezetting in Nederlands-Indië, die begon op 8 maart 1942. Twee dagen later roept Indonesië de onafhankelijkheid uit. In die tijd erkent Nederland de nieuw uitgeroepen Republiek Indonesië niet en spreekt van een opstand. Tegenwoordig noemen we dit de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Dit is het eerste conflict waarbij de Marva’s worden ingezet.

Op 25 november 1945 begint Francien aan haar reis naar de Oost. Samen met 100 vrouwelijke en 3400 mannelijke militairen stapt ze in Southampton aan boord van de Johan van Oldebarnevelt. Na zo’n twee weken komt Francien aan op Ceylon waar ze tot augustus 1946 zal verblijven. Ceylon, het huidige Sri Lanka, is op dat moment een Britse kroonkolonie, maar was tussen 1658 en 1796 een Nederlandse kolonie. Op Ceylon verblijven de Marva’s in het Margriethuis, in hoofdstad Colombo. Vanuit daar helpen ze met de repatriëring van (Indische) Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog in jappenkampen hebben gezeten.

Marva's paraderen in Batavia, huidig Jakarta

Marva’s paraderen in Batavia, huidig Jakarta

De Marva’s zijn niet bewapend en dienen vooral als ondersteunend personeel. Daarnaast wonen ze in speciaal voor hen ingerichte huizen die afgezonderd zijn van de mannen en onder streng toezicht staan. Desondanks verschijnen er in Nederlandse kranten berichten over wangedrag van Nederlandse vrouwen in Nederlands-Indië. Volgens Francien is dit overdreven en gedraagt het merendeel van de dames zich keurig.

Eind augustus 1946 vertrekt Francien van Ceylon naar Batavia, het huidige Jakarta. Hier gaat ze aan de slag als hoofd Posterijen op het Marine Postkantoor. Ondanks dat de Marva’s zich in een oorlogsgebied bevinden, geeft Francien op latere leeftijd aan hier weinig van mee te hebben gekregen: “Er heerste een gespannen sfeer en op dat moment vond iedereen dat we in ons gelijk stonden. Het was “ons Indië”, al zo lang we ons konden herinneren. Van gevechten tussen Indonesische rebellen en Nederlandse militairen heb ik destijds echter niets gezien. Wel kan ik me herinneren dat ik ooit beschadigde dode lichamen in het water heb zien langsdrijven. Lijken. Volgens mij waren ze gedood door opstandelingen. Dat er iets vreselijks gebeurde was duidelijk, maar het hoe en wat, daar kregen wij verder niet heel veel van mee” (Tardio, p. 223).

Francien de Zeeuw in haar Marva uniform

Francien de Zeeuw in haar Marva uniform

Waardering

Op 10 oktober 1947 reist Francien terug naar Nederland, waar ze weer bij de PTT aan de slag gaat. Dit werk zal ze tot haar huwelijk in 1956 blijven doen, tot 1 januari 1958 geldt er ten slotte een arbeidsverbod voor gehuwde vrouwen. Zowel na haar huwelijk als na de geboorte van haar eerste zoon ontvangt Francien gelukwensen van koningin-moeder Wilhelmina, die schrijft dat ze ‘het Zeeuwtje nog goed kan herinneren’ (Tardio, p. 236). Daarnaast ontvangt ze verschillende onderscheidingen: het Oorlogsherinneringskruis, het Ereteken voor Orde en Vrede en het Verzetsherdenkingskruis. Op latere leeftijd wordt ze uitgenodigd om op bezoek te komen bij de eerste vrouwelijke minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert en in 2017, twee jaar na haar overlijden verschijnt er een biografie over haar: Francien de Zeeuw. Van verzetsheldin tot eerste vrouwelijke militair.

Bronnen

Nuij, N., (2018). Zeeuw, Francina de, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Zeeuw
NTR (2012). Vrouwen ten strijde!. Andere Tijden. URL: https://anderetijden.nl/aflevering/128/Vrouwen-ten-strijde
Tardio, N. (2017). Francien de Zeeuw: Van Verzetsheldin tot Eerste Vrouwelijke Militair. Pepper Books