Handgemaakt in Zeeland

Kunst en ambacht komen samen in Zeeuwse musea en monumenten

Het ouderwetse ambacht is weer populair. En tegelijkertijd dreigt de kennis erover te verdwijnen. Mensen waarderen het ‘ambacht’ omdat ze het eerlijk, echt en authentiek vinden. Maar veel oude ambachten hebben het niet gemakkelijk. Ze zijn vaak onzichtbaar en belangrijke kennis erover dreigt verloren te gaan. Daarom werd het jaar 2014 uitgeroepen tot het Jaar van het Ambacht en startte bij Zeeuwse Ankers de campagne Handgemaakt in Zeeland. Ook in 2016 is er in Zeeland de nodige aandacht voor ambachten en ambachtslieden.

Zeeuwse musea

Hoe houden we ambachten levend? Dat kan door producten te vernieuwen, nieuwe toepassingen te bedenken, ambachtelijk werk weer zichtbaar te maken en kennis erover uit te wisselen. Bijvoorbeeld door ambachtslieden en designers uit te nodigen om samen aan het werk te gaan. Door te kijken of ambachten oplossingen kunnen aanreiken voor het ‘slim’ omgaan met energie, materialen en hulpbronnen. Door te kijken of ze nieuwe kansen bieden voor inheemse grondstoffen (meekrap bijvoorbeeld). Door uit te zoeken of ze duurzame producten kunnen maken die een leven lang meegaan. En door van een museum de werkvloer van ambachtslieden te maken. Verschillende musea spelen daar in 2016 op in, zoals het Zeeuws Museum met het project HANDWERK. Dit project startte in 2015 met aandacht voor de ambachtelijke vaardigheid van het mutsen plooien voor de Zeeuwse streekdracht (overdracht kennis mevrouw Vos op modeontwerper Antoine Peters).

Mevrouw Vos (links op de foto) in de Handwerkplaats (Foto Zeeuws Museum)Mevrouw Vos (links op de foto) in de Handwerkplaats (Foto Zeeuws Museum)

Het tweede deel van HANDWERK richt zich op houtverbindingen. Het Zeeuws Museum werkt hierbij samen met de Historische Scheepswerf C.A. Meerman in Arnemuiden waar scheepstimmerlui het oude vak nog bedrijven. Het Goese Lyceum met leerlingen van het VMBO Bouwen, Wonen en Interieur en de getalenteerde jonge stoelenmaker Caspar Labarre uit Amsterdam gaan de uitdaging aan de houtverbindingen uit de scheepsbouw en uit de collectie stoelen van het Zeeuws Museum te onderzoeken.

Houtverbindingen zie je overal om je heen. Twee stukken hout kun je eenvoudigweg met elkaar verbinden met schroeven, spijkers en lijm. Een oudere en sterkere techniek is een pen- en gatverbinding. Deze verbinding is er in veel soorten. Het vergt behoorlijke vaardigheid en precisie om deze verbinding passend te krijgen met handgereedschap. Daar komt geen spijker of machine aan te pas!

Caspar Labarre maakt zijn eigen gereedschap. Zijn werkwijze noem je vandaag de dag ambachtelijk maar voor Caspar is het een logische manier van werken. Hij oogst omgevallen bomen uit de buurt en verwerkt deze ter plekke tot handzame delen voor zijn stoelen. Het verwerken van groen hout is een historisch gegeven, stoelenmakers deden in het verleden niet anders. Caspar heeft zichzelf deze oude verwerkingstechniek eigen gemaakt. Het nog vochtige hout droogt terwijl de stoel al in elkaar zit, alleen door de juiste kennis over de krimprichting van het hout blijft de verbinding sterk. In het hele ontwerp en vervaardigingsproces gaat de stoelenmaker uit van de kracht van de boom. Caspar Labarre is daarmee een van de weinige stoelenmakers die het complete proces van boom tot en met het product helemaal zelf in de hand heeft.

Scheepswerf C.A. Meerman in Arnemuiden (Beeldbank Zeeland, ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland)

Op de scheepswerf in Arnemuiden worden al sinds 1763 houten schepen gemaakt en inmiddels gerestaureerd. Een deel van de planken of gangen van de romp van een houten boot worden met elkaar verbonden door middel van een houten pen en een deutel. Dit is een taps gehouwen plug die als spie in het einde van een houten nagel wordt geslagen om de bevestigingskracht te vergroten. De romp van een schip moet zich namelijk tijdens het varen tegen de kracht van het omringende water weren. Ook onderdelen van stoelen worden door middel van een pen, toog- en gatverbinding met elkaar verbonden. Scheepstimmerman Cees Droste kent de houtverbindingen uit de scheepsbouw, Caspar Labarre kent de bevestigingstechniek uit de stoelenmakerij. Zij nemen kennis en leren van  elkaars vak en dragen deze over aan de leerlingen van het Goese Lyceum.

De vierde jaars VMBO leerlingen van het Goese Lyceum maken tijdens hun studie kennis met zowel ambachtelijke houttechnieken als het hanteren van supermoderne machines. Handgereedschap is voor de liefhebber en de doorzetter die vooral plezier vindt in het handmatig bewerken van hout. Door de gedrevenheid van de vakdocent en de stimulans van een buitenstaander als Caspar Labarre leren zij hoe je nog verfijnder kunt werken wanneer je handgereedschap gebruikt. En vooral hoe je niet afhankelijk bent maar altijd met je eigen gereedschapskist de mooiste dingen kunt maken.

Presentatie vanaf 11 juni in het Zeeuws Museum