Jochem en de Atlantikwall

Door Anne van Hekke en Luitzen Bijlsma

Tijdens het laatste oorlogsjaar lag Schouwen-Duiveland in de schaduw van ‘De Slag om de Schelde’ terwijl de rest van Zeeland al in het najaar van 1944 was bevrijd. Schouwen-Duiveland bleef bezet en lag in de frontlinie. Het eiland was onder water gezet en de bevolking deels geëvacueerd of gedeporteerd. De omstandigheden voor de nog aanwezige bewoners waren zwaar en de repressie van de bezetter nam toe. Dit heeft diepe sporen nagelaten die nu nog steeds voelbaar en zichtbaar zijn. Schouwen-Duiveland werd als één van de laatste gebieden in Nederland bevrijd op 7 mei 1945.

In de duinen en bosgebieden van de Kop van Schouwen zijn resten van betonnen bunkers te vinden. Soms verborgen onder het zand, soms afgebroken en soms zelfs gedeeltelijk in gebruik als woning of zomerhuisje. Voor de oplettende wandelaar zijn er veel intrigerende sporen te vinden van de eens zo machtige verdedigingswerken die hier door de Duitse bezetters zijn gebouwd. Wat is het verhaal hierachter?

Schouwen-Duiveland lag in de schaduw van het geweld van de grote geallieerde offensieven: Operatie Market Garden en de Slag om de Schelde. Na de landing in Normandië was alles erop gericht om de verbindingen naar het hart van Duitsland in bezit te krijgen. De haven van Antwerpen en de bruggen over de Rijn waren van groot belang. (Kaart: Museum de Burghse Schoole)

De Atlantikwall

De Atlantikwall was een meer dan 5000 kilometer lange verdedigingslinie langs de Atlantische kusten van Europa. Nadat de Duitsers in 1941 Rusland aanvielen en langs twee fronten moesten opereren werd de kustverdediging belangrijker. In 1942 kwam de bouw van de Atlantikwall op stoom, ook op de Kop van Schouwen. De linie omvatte bomvrije bunkers, mijnenvelden en geschut. Het einddoel was een volledige Ständige Ausbau, een sterke linie om met relatief weinig manschappen een landing te voorkomen. In 1943 realiseerden de Duitsers zich dat de betonnen bunkers en het geschut niet voldoende waren om een invasie van de geallieerden te voorkomen. Daarom kreeg Generaal Rommel begin 1944 de verantwoordelijkheid voor de verdediging van de kusten die voor een invasie in aanmerking kwamen. Zijn strategie was het aantal mogelijke landingsplekken zoveel mogelijk te reduceren, daartoe werden afgelegen gebieden zoals het eiland Schouwen-Duiveland onder water gezet.

De verdedigingslinie bestond uit meerdere bunkercomplexen. Zowel de Wehrmacht, de Kriegsmarine als de Luftwaffe had delen onder zijn beheer. De bekende Vleugelbunker in het bos van Slot Haamstede viel onder de Landmacht en de Marine-Seezielbatterie Westerschouwen onder de Kriegsmarine. Naast deze complexen waren er meer versterkingen, uitkijkposten en steunpunten rondom het eiland. Bunkercommandant Jochem Lange (1898 – ?) was leidinggevende van de batterij Westerschouwen. De stelling had een enorme omvang en bestond uit ongeveer 130 bouwwerken.

De batterij Westerschouwen, Stützpunkt XXXXV ML, werd gebouwd op de zuidwestelijke punt van het eiland. In het midden de centrale batterijstelling uitgerust met door de Duitsers buitgemaakte 9.4 cm Vickers Armstrong Kanons uit Engeland. Westelijk langs de kust is het mijnenveld ingetekend. (Kaart: Museum de Burghse Schoole)

De bouw en het zwarte korps

Vanaf 1940 werkten veel arbeiders en aannemers vrijwillig mee aan de bouw. Ze werden goed betaald. Er werd toen nog niet gesproken van de Atlantikwall, maar van kustverdediging. Vanaf 1942 vond er echter een omslag plaats; veel bouwarbeiders worden gedwongen aan de Atlantikwall te werken. Zowel lokalen, krijgsgevangenen als Armeense soldaten werden ingezet. De bouw werd steeds meer een logistiek probleem vanwege moeizame bouwtransporten en beperkte arbeidskracht. Later volgde zelfs een landelijke bouwstop, er mocht alleen nog maar aan de Atlantikwall worden gewerkt. Voor de keus gesteld om óf aan de Nederlandse kust te werken, óf uitgezonden te worden naar een munitiefabriek in het Ruhrgebied, een doelwit van geallieerde aanvallen, kozen velen voor de kust.

Hans Joachim Lange, bunkercommandant van de batterij Westerschouwen. (Bron: Museum de Burghse Schoole)

Hans Joachim Lange

Hans Joachim -Jochem- Lange werd in 1898 geboren. In de Eerste Wereldoorlog was hij een Duitse soldaat. Tussen de wereldoorlogen volgde hij de officiersopleiding bij de Duitse marine. In 1942 kwam hij op het eiland Schouwen-Duiveland terecht als bunkercommandant van de batterij Westerschouwen. Hij was toen 44 jaar oud. Hij nam zijn intrek in het door de Duitsers gevorderde vakantiehuis ‘De Houtsnip’ van de familie Gelderman. In 1944 werd Jochem overgeplaatst, na de capitulatie in 1945 werd hij gearresteerd en overgebracht naar Engeland. Hij was daar geïnterneerd in het krijgsgevangenenkamp Featherstone Park in Northumberland.

Featherstone Park was in 1944 oorspronkelijk gebouwd voor Amerikaanse soldaten die zouden vertrekken naar Normandië voor de invasie van Frankrijk. Na de oorlog werd Featherstone Park in het bijzonder ingezet om duizenden Duitse officieren te huisvesten die als fanatieke nationaalsocialisten werden beschouwd. Door educatieprogramma’s werden ze voorbereid op herintreding in het nieuwe Duitsland. Jochem Lange leerde in het kamp het bakkersvak. In 1948 werden de meesten naar huis gestuurd, zo ook Jochem. Het is bekend dat hij na de oorlog terug is geweest op Schouwen-Duiveland, op zoek naar de plantjes die hij had gekweekt in de tuin van villa ‘Houtsnip’. Hoe het verder is gegaan met Jochem is ons niet bekend. De Suchdienst van het Deutsches Rotes Kreuz is gevraagd naspeuring te doen in de Duitse archieven.

Tentoonstelling

In museum de Burghse Schoole in Burgh is een tentoonstelling gemaakt rondom de bunkers en de Atlantikwall op Schouwen-Duiveland. Bovendien wordt het persoonlijk verhaal van bunkercommandant Jochem Lange verteld. Deze tentoonstelling is onderdeel van de tentoonstellingenreeks over ‘Het laatste oorlogsjaar’ op Schouwen-Duiveland. Dit is een project van de Vereniging Musea Schouwen-Duiveland (VMSD). Naast de Burghse Schoole zijn in de Museumhaven Zeeland, Streek- en landbouwmuseum Goemanszorg, Brouws Museum en Brusea ook tentoonstellingen ingericht over ‘Het laatste oorlogsjaar’. Tentoonstellingenreeks ‘Het laatste oorlogsjaar’ in de vijf musea is te zien tot oktober 2019. Meer informatie.