Doorgaan in portret formaat

Zeeuwse Ankers

Zeeuwse Ankers | verhalen die verbinden

Lees meer

Verhaal Stormvloedkering in de Oosterschelde

De stormvloedkering van de Oosterschelde is het pronkstuk van de Deltawerken en een internationaal bekend waterwerk. Vooral vóór de aanleg was het project aanleiding tot fel politiek debat en protest. Uiteindelijk werd besloten dat de waterkering geen gesloten dijk, maar een open kering zou worden. Zo bleef de Oosterschelde open; een zout en uniek natuurgebied voor Zeeland en de visserijsector werd zo behouden. De negen kilometer lange getijdendam is tevens een wegverbinding tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland en deel van de N57.

Stormvloedkering met gesloten schuiven. (Beeldbank Rijkswaterstaat)

Kunstmatige eilanden

Oorspronkelijk was het de bedoeling de Oosterschelde volledig af te dammen. Eind jaren zestig werd hiermee begonnen. Hiervoor werden enkele kunstmatige eilanden tussen Schouwen en Noord-Beveland aangelegd, waaronder Roggenplaat (1969), Neeltje Jans (1970) en Noordland (1971). Eind 1973 waren al 5 van de 9 kilometer van de Oosterschelde afgedamd.

Roggenplaat met voormalige bouwput bij laag water. (Beeldbank Rijkswaterstaat)

Protest

Het oorspronkelijke voornemen om de Oosterschelde af te sluiten hield in dat de voormalige zeearm zoet zou worden en dat de mossel- en oestercultuur moest verdwijnen. Vanuit het Zeeuwse schelpdiermekka Yerseke protesteerde men al in 1954 tegen de voorgenomen afsluiting. Een verbond van visserijsector en milieubeweging zorgde er uiteindelijk voor dat ook de overheid haar visie wijzigde. In het begin van de jaren zeventig van de 20ste eeuw ontstond een massaal protest. Dit protest kwam vanuit de visserij, de kwekers van schelpdieren, zeezeilers en later ook milieuorganisaties. De vissers dachten hun beroep te verliezen; de zeezeilers zouden hun inwaarts gelegen thuishavens (Veere en Zierikzee) niet meer kunnen gebruiken. De milieuorganisaties vreesden dat de Oosterschelde bij afsluiting een dood water zou worden. Ze pleitten voor binnendijkse dijkverzwaring als oplossing voor de veiligheid. De PPR steunde hen en dreigde uit het kabinet Den Uyl te treden.

Demonstratie mosselkwekers tijdens werkbezoek Statenleden bij Burghsluis in 1972. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto J. Berrevoets)

Commissie Klaassesz

De werkzaamheden werden hierop tijdelijk stopgezet in afwachting van een besluit in juli 1974. De regering benoemde een commissie, de Commissie Klaassesz, die advies moest uitbrengen. Uiteindelijk werd pas in 1976 besloten om over de resterende vier kilometer lengte schuifdeuren aan te brengen. Deze deuren staan normaal gesproken open, maar kunnen bij storm dicht. De instroom van zout water en de getijden in de Oosterschelde zijn daarmee behouden. Dit laatste wordt onderstreept door de tekst die op de gedenksteen van Neeltje Jans is aangebracht:
Hier gaan over het tij: de maan, de wind en wij. De bouw werd in april 1976 hervat.

Beweegbare schuiven

In 1975 stelde de regering de bouw van een stormvloedkering met beweegbare schuiven voor.
Deze oplossing diende zowel de veiligheid als het milieu. Het ontwerp was gebaseerd op pijlers op een stevige fundering. Daar tussenin kwamen 62 op en neer te bewegen stalen schuiven. De kering handhaafde grotendeels het getij, hield het water zout én garandeerde de veiligheid. Het plan kreeg in 1979 de goedkeuring van het parlement.

Hulpdammen en een zoute Oosterschelde

In 1979 besloot de Tweede Kamer definitief voor een dam met waterdoorlatende schuiven. Het betekende wel dat er ook twee hulpdammen moesten worden gebouwd: de Philipsdam en de Oesterdam. Hiermee werd de oppervlakte van de Oosterschelde ingeperkt en de getijdewerking versterkt. Bovendien kwam er toen een getijdevrije scheepvaartroute tussen Antwerpen en de Rijn.
De stormvloedkering zou in totaal drie kilometer lang worden. De kering lag over drie geulen heen: Schaar van Roggeplaat, Hammen en Roompot. Twee zandplaten (Roggeplaat en Geul) waren al opgehoogd in de tijd dat nog van een dichte dam werd uitgegaan. De kering bestaat uit 65 voorgefabriceerde betonnen pijlers, waartussen 62 stalen schuiven werden aangebracht. Als alle schuiven openstaan, blijft 75 procent van de originele getijdebeweging in werking. Dat is genoeg om het milieu van de Oosterschelde te behouden.

Eigen voorzieningen

Tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland werd een baileybrug aangelegd. Deze tijdelijke brug verbond de eilanden met het werkeiland Neeltje Jans, waar aan de stormvloedkering werd gebouwd. Het werkeiland was meer dan 200 hectare groot. Het had een eigen elektriciteitscentrale, een betonfabriek, een asfaltinstallatie, werkhavens en wegen. Op het noordwestelijk gelegen hoofd werd het ir. J.W. Topshuis gebouwd. Dat is vernoemd naar de vroegere directeur-generaal van Rijkswaterstaat.

Prefab-elementen

De bouwputten van Neeltje Jans en Noordland vormden met de zandplaat Geul het landdeel van de stormvloedkering. Neeltje Jans werd het eiland vanwaar de hele operatie wordt uitgevoerd. De voorgefabriceerde elementen van het project, zoals de koker, pijlers en funderingsmatten werden er gebouwd. Stenen die later werden gebruikt om rond de pijlers te storten, lagen hier opgeslagen. Zoveel mogelijk onderdelen van de dam werden vooraf gemaakt op het vasteland. Dit omdat het met de getijdewerking lastig werken was en dus onveiliger voor werknemers.

Bouwputten met pijlers. (Beeldbank Rijkswaterstaat)

Aannemers

Omdat de bouw van de stormvloedkering een zo enorm groot en ingewikkeld project is, werd het niet aan één aannemer overgelaten. Ook kon niemand beloven dat de dam voor een vastgestelde prijs én op tijd klaar zou zijn. Rijkswaterstaat sloot in 1977 het contract met De Oosterschelde Stormvloedkering Bouwcombinatie V.O.F. (DOSbouw). Deze combinatie bestond uit een elftal aannemers:
Ballast-Nedam Groep NV
Bos Kalis Westminster Group NV
Baggermaatschappij Breejenhout BV
Hollandse Aanneming Maatschappij BV
Hollandse Beton Maatschappij BV
Van Oord-Utrecht BV
Stevin Baggeren BV
Stevin Beton en Waterbouw BV
Adriaan Volker Baggermaatschappij BV
Adriaan Volker Beton en Waterbouw BV
Aannemerscombinatie Zinkwerken BV
DOSbouw was gevestigd aan het Havenplateau in Burghsluis en werd na de voltooiing van de kering op 30 oktober 1986 opgeheven. De inkoop van bouwmateriaal bleef buiten het contract en werd direct door Rijkswaterstaat met leveranciers uit binnen- en buitenland geregeld.

Bouw van de Oosterscheldekering. (Beeldbank Rijkswaterstaat)

Verongelukt

Op de top van het project werkten er ongeveer 1.900 mensen op Neeltje Jans. Bij de bouw kwamen 5 mensen om het leven: onder meer een vrachtautochauffeur bij een auto-ongeluk, een uitvoerder die door een bulldozer werd overreden en een kraanmachinist. Dat is erg, maar voor een zo groot en gevaarlijk project nog altijd een lage ongelukkenfactor. Voor de nabestaanden bleef het moeilijk de stormvloedkering niet in verband te brengen met de overledenen:
Harry Loof (22 november 1972)
Jan Smalheer (15 september 1975)
Cornelis (Cees) Mulder (23 maart 1978)
Cornelis Schilperoort (24 december 1980)
Eduard Lokken (14 september 1983)
Georgios Stambolidis (10 december 1985)

Samenwerking

Tijdens de bouw werkten vele partijen met elkaar samen. In tegenstelling tot veel andere projecten ging dat erg goed. Er was constant gelijkwaardig overleg. Er werd geluisterd naar problemen die alle partijen en werknemers troffen en vaak ook werd gezamenlijk gewerkt. Er heerste een hoge arbeidsmoraal. Daardoor was de uitvoering van het project nauwkeurig en kon het uiteindelijk als goed geslaagd worden beschouwd. Iets waar iedere medewerker uiteindelijk met trots op terugkijkt.

'Zeeland is veilig'

Op 26 juni 1986 werd de laatste schuifdeur geplaatst. De weg over de kering ging echter pas open in november 1987. De stormvloedkering zelf werd op 4 oktober 1986 gesloten, want zo moet je eigenlijk de opening door Koningin Beatrix omschrijven. Zij sprak daarbij de bekende woorden:
"De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig." Dit is niet helemaal correct, zoals in 1997 bleek toen zij nogmaals vertelde dat de Deltawerken voltooid waren, nu bij de opening van de Maeslantkering bij Hoek van Holland. Prinses Juliana opende op 5 november 1987 de weg over de stormvloedkering. De Oosterscheldekering is na het kabinetsbesluit door technische tegenvallers veel duurder geworden dan oorspronkelijk is begroot.

Opening van de Oosterscheldekering door koningin Beatrix. (Beeldbank Rijkswaterstaat)

Sluiting

De waterkering bevat twee pijlerdamrijen. Deze bevatten grote schuiven die bij zware storm, al dan niet in combinatie met een springvloed, naar beneden gelaten kunnen worden. Zo kan bij hoogwater de vloed de Oosterschelde niet binnenkomen. Bij een verwachte waterstand van +3,00 meter N.A.P. zullen de deuren gesloten worden door mensen in de bedieningskamer in het ir. J.W. Tophuis op Neeltje Jans. Als er niemand aanwezig is, zullen de deuren bij +3,00 meter automatisch sluiten.

Hydraulische cilinders

Voor de aandrijving van de schuiven is gekozen voor hydraulische cilinders. Deze cilinders zijn niet alleen in staat om de schuiven op te trekken, maar ook om deze als dat nodig is naar beneden te drukken. Deze cilinders steken boven de pijlers uit; aan de hoogte van de cilinder kan men zien hoe diep de Oosterschelde ter plaatse is. Het bedrijf Hydraudyne (tegenwoordig Bosch Rexroth) leverde onder andere deze hydraulische cilinders voor de Oosterscheldekering. Hierbij wordt een recordaantal van 56 kilometer hydraulisch leidingwerk gebruikt.

Driedubbele garantie

Gemiddeld twee keer per jaar gaan de schuiven omlaag wegens extreem hoge waterstand. Normaal staan ze helemaal open. Alleen als er een waterstand van meer dan drie meter boven NAP is voorspeld, gaat de kering dicht. Wanneer er bij hoge waterstand iets mis gaat met de alarmering of bediening treedt een automatisch noodsluitsysteem in werking. Ook is een waarschuwingssysteem ontwikkeld, dat op meerdaagse weersvoorspellingen inspeelt.

Gerelateerde verhalen: Werkeiland wordt waterparkMatten, pijlers en schuivenSpeciale vaartuigenProtestbewegingen tegen afsluiting van de Oosterschelde

1 reacties op Stormvloedkering in de Oosterschelde

  • Geschreven door Edwin VW Gustaafmaria
  • |
  • 14 augustus 2015

"Dit protest kwam vanuit de visserij, de kwekers van schelpdieren, zeezeilers en later ook milieuorganisaties." schrijven jullie. Dat is toch wel een vrij gekleurd verhaal dat de waarheid niet echt recht doet. Vissers waren nauwelijks & de milieubeweging helemaal niet betrokken bij het protest tegen de volledige afsluiting van de Oosterschelde. Een drukker uit Yerseke, en een viertal companen, niet meer, vormden de Actiegroep Oosterschelde Open, een actiegroep zonder bestuur, zonder notulen, maar wél heel erg efficiënt. De stormkering die nu in de monding van de Oosterschelde ligt is er het bewijs van. Voor wie er meer over wil weten, één boek: "De slag om de Oosterschelde" van Paul de Schipper (2008). Echt een aanrader voor wie meer wil weten over het onstaan van die "open afsluiting".



U bent ingelogd als:


Schrijf een Reactie
Voeg je eigen verhaal toe Je eigen verhaal kun je via drie eenvoudige stappen toevoegen aan zeeuwseankers.nl